Boliviaanse avonturen van de Blauwe SRV-wagen

8 november

Na ons vertrek uit Iquique gassen we door naar Arica, de allernoordelijkste stad van Chili. Omdat we in Iquique al proviand hebben ingeslagen voor de komende dagen in het park – we weten nog niet hoe lang we er zullen blijven – hoeven we in Arica alleen nog maar te tanken. We gooien de tank van de auto de volgende dag vol (écht propvol) en laten daarna nog drie jerrycans vullen, tezamen nog een litertje of vijftig extra. Dit lijkt veel en dat is het in wezen ook, maar na Arica tot aan de grens met Bolivia (en misschien zelfs tot aan La Paz) zullen we geen bezinepomp meer tegenkomen. Een afstand van minstens 550 kilometer, waarbij ons brandstofverbruik ook nog eens hoger zal liggen dan normaal, vanwege het rijden op hoogte.

vizcacha

Vanuit Arica is het ongeveer 140 kilometer door het hooggebergte naar Putre. Charlotte rijdt vandaag weer eens een keertje voor de verandering. Haar eerste rit ooit in de bergen. Onderweg stikt het van de enorme trucks. Voornamelijk Boliviaanse vrachtwagens die met hout, auto’s of grote zeecontainers dwars door de bergen vanuit Chili naar Bolivia rijden. Bolivia grenst niet aan zee – niet meer moeten we eigenlijk zeggen, want tijdens de War of the Pacific heeft Chili een groot deel van Bolivia en trouwens ook Peru ingepikt. Bolivia moet al haar import dus over land aanvoeren en tussen de landen schijnt om die reden nog steeds aardig wat wrijving te bestaan. Benieuwd of we daar nog iets van gaan merken met ons Chileense kenteken.. Grappig detail: veel van de chauffeurs lijken een blond grietje naast zich te hebben zitten, maar als je goed kijkt zie je dat het een stoelhoes is met de afbeelding van een blond mokkel erop. Die van Dick is echt :)!

Parc Lauca

Putre is voor ons niet meer dan een tussenstation op onze eigenlijke bestemming: Parque Nacional Lauca. Bij gebrek aan campings overnachten we op een wildkampeerplek aan de rand van het dorpje. De overnachting op 3900 meter hoogte stelt ons in staat om een beetje te acclimatiseren, wat wel nodig is na weer een week op zeeniveau. Na een super koude nacht kachelen we aan het einde van de volgende ochtend op ons gemak naar Lauca. Het is nog maar 54 kilometer en een schitterend tochtje langs de Parinacota vulkaan. Als we arriveren op de ‘camping’ (faciliteiten bestaande uit een picknicktafel en een wc, door te spoelen met een emmer bergwater) gaan we snel op pad en maken we een mooi wandelingetje langs het Chungará meer waar we ook een paar flamingo’s zien.

uitzicht vanaf de camping

van het avondzonnetje krijg je padoogjes!

’s Avonds, het laatste uur voor zonsondergang, is het uitzicht op de vulkaan op z’n mooist. We kunnen er met z’n drieën van genieten, want aan het eind van de middag is Loic gearriveerd, een vakantiefietser uit Brussel! Wat een held dat hij zich hier in z’n eentje met zijn zwaarbeladen fiets (55 kilo inclusief fiets) waagt. We nodigen hem uit om met ons mee te eten en drinken. In eerste instantie voelt hij zich bezwaard, maar als we hem ervan overtuigen dat we een soort supermarkt op wielen zijn – ook wel een SRV-wagen genoemd – is hij om. Het is erg leuk om zoveel fietsers tegen te komen. Loic is al de negende ofzo. Nooit gedacht dat er zoveel gefietst werd in Zuid-Amerika. We krijgen er tegelijkertijd ook een beetje een gevoel van heimwee van. Vooral Charlotte heeft hier last van. De jaloezie gaat dan niet bepaald uit naar het rijden op hoogte en de constante tegenwind waar je ze allemaal over hoort klagen, maar wel naar het enorm vrije gevoel dat je hebt op de fiets, meer nog dan met je eigen auto. Een volgende reis dan maar weer 🙂

Loic vervolgt zijn weg

Parinacota vulkaan - Lauca

'puur' is het juiste woord

 

11 november

Het is nog maar 25 kilometer naar de grens met Bolivia. Een gigantische file van vrachtwagens staat in een lange slinger te wachten voor de grenspost. In eerste instantie sluiten we netjes aan, maar gelukkig worden we door een chauffeur al snel gemaand door te rijden. Poeh, dat scheelt wel een paar uur wachten. Mede dankzij ons belabberde Spaans, hoofdzakelijk als gevolg van de bureaucratische romslomp die een grensovergang blijkbaar met zich meebrengt zijn we zeker anderhalf uur zoet met alle douaneformaliteiten. Was het op de fiets in Azië alleen een stempeltje in je paspoort en een ‘visa on arrival’, hier moeten we onze auto het ene land uitvoeren en het volgende weer invoeren. We moeten dus documenten invullen en deze vervolgens bij verschillende hokjes van de juiste krabbels en stempels laten voorzien. Na acht verschillende mannetjes en nadat de binnenkant van onze Blauwe aan een zeer lichte (en daarmee in de ogen van Charlotte compleet nutteloze) check is onderworpen gaat de slagboom omhoog en zijn we in Bolivia!

Aan de andere kant van de slagboom is het landschap om ons heen nog weinig anders dan in Chili, maar wat wel opvalt is dat we op de altiplano’s die in Chili maar zeer dunbevolkt zijn hier om de haverklap huisjes zien. Nouja, huisjes… Het zijn meer hutjes, gemaakt van grote blokken van – wat er uitziet als – uitgeharde modder. Direct zien we ‘Cholitas’, vrouwen van de hooglanden met hun lange vlechten die aan de onderkant bij elkaar worden gehouden door zwarte kwastjes, hun wijde gekleurde rokken en de typische bolhoedjes (voor wie het zich afvraagt: ja, die staan gewoon los op hun hoofd!). Vrouwen die onder een parasolletje hun haakwerkje zitten te doen terwijl ze de schapen hoeden, de gladiolen die ze hebben geplukt op een grote stapel naast zich; kindjes met vieze gezichtjes en indringende ogen die zich verschuilen onder moeders rokken of juist brutaal om geld komen vragen; mannen die met een door de zon gelooide huid op een piepknarsfietsje voorbij wiebelen en een jong ezeltje in de wei, zo groot als hobbelpaard. Ja, we zijn echt in een andere wereld aanbeland!

Naar La Paz is het nu nog ongeveer 250 kilometer. Van Marc en Sarah, twee Britse overlanders, hebben we de tip gekregen om te kamperen op camping Oberland, een door een Zwitser gerund hotel met daarbij ook faciliteiten voor overlanders. De ‘camping’ – een soort binnenplaats – ligt in Malassa, een plaatsje net buiten de stad. Ondanks hun aanwijzingen rijden we net iets te ver door en gebeurt precies datgene waarvoor Marc had gewaarschuwd: “Whatever you do, don’t drive into La Paz cause you’ll never get out of it with your car”. Marc had ons verteld over een stel overlanders die per ongeluk in de stad terecht waren gekomen en niet anders dan achterwaarts een straat uit konden. Niet zo erg zou je denken, maar La Paz is tegen knettersteile bergen aangebouwd en de auto van die man trok het gewoon niet. Gelukkig komen we niet in downtown La Paz vast te zitten. Wel moeten we een kilometer of vijftien een lange afdaling nemen richting de stad voor we kunnen keren en daarna natuurlijk ook weer dezelfde vijftien kilometer terug. Een straf is het niet omdat de stad prachtig tegen de bergen kleurt in het avondlicht. We hebben nog nooit zoiets gezien! Op de weg terug zien we ineens het punt waar we van de doorgaande weg af moeten en rijden we de Valle de la Luna in richting Malassa.

Valle de la Luna - La Paz

De tijd begint uiteindelijk wel te dringen, want in het donker rijden is niet aan te bevelen. Omdat de Bolivianen zich nauwelijks aan de verkeersegels houden is hier en daar zwaar geschut ingezet in de vorm van verkeersdrempels, vooral wanneer je een dorpje nadert. Deze drempels worden lang niet altijd voorafgegaan door een duidelijk bordje en hebben precies dezelfde kleur als de weg zelf. Als je ze niet tijdig in de gaten hebt zijn het dus meer een soort van lanceerplatforms in plaats van snelheidsdrempels.

De laatste kilometers van onze zoektocht krijgen we hulp van een aardig Boliviaans stelletje dat ons een paar keer ziet passeren en keren en daardoor terecht de conclusie trekt dat we de weg een beetje kwijt zijn. Zij rijden ons voor naar Oberland, waar we nog net voor het pikkedonker kunnen parkeren.

12 november

Plaza de San Fransisco - La Paz

centrum La Paz

Helaas blijken niet alle overlanders leuke lui. Op de camping staan twee grote campers, beide bevolkt door een Frans gezin. Al groetend passeren we ze een paar keer, maar er volgt geen groetje terug, zelfs geen bonjour. De camper die het dichtst bij bij ons staat heeft drie kids. Kun je het je voorstellen: met z’n vijven anderhalf jaar (zo horen we later) op pad in een camper? De kinders krijgen onderwijs van moeders, wat niet altijd even soepeltjes verloopt getuige het geschreeuw dat regelmatig door de ramen heen te horen is. De jongste telg van de familie zet het om de tien minuten op een janken. Voornamelijk als aandachttrekkerij merken we, want als hij zijn zin heeft gekregen zijn de krokodillentranen meteen weer weg.

La Paz, wat een stad

Zodra we kunnen pakken we de bus de stad in en de rest van de middag slenteren we rond door La Paz (‘de Vrede’), wat een heel aardige stad is. Formeel is Sucre de hoofdstad van het land, maar La Paz heeft er meer de uitstraling van en staat internationaal ook als zodanig bekend. We kopen er een Lonely Planet (zo eentje met heel Zuid-Amerika ‘on a shoestring’ aangezien de tweedehands reisgidsen hier knetterduur zijn) en trakteren onszelf ’s avonds op een etentje bij een Indiaas restaurant.

camping Sorata

14 november

Na een dagje camping met skypen en handwasjes vertrekken we naar Sorata, een stadje in de groene bergen ongeveer drie uur boven La Paz. Van Amerikaanse overlanders hebben we gehoord dat daar een uitstekende (en spotgoedkope) monteur zit bij wie de auto een kleine beurt willen laten geven en daarnaast kun je er onder andere een mooie fiets- en boottocht maken. We hebben er een schitterende eco-camping met geitjes, een kalfje, kippen, ganzen, witte konijntjes die vrij rondhuppelen en honden en katten.

Jammergenoeg blijkt de monteur in de jungle te zitten om daar terplekke auto’s te repareren. Wellicht komt hij de volgende dag terug, maar waarschijnlijker is dat hij daar nog wel even is. De fiets- en boottocht hadden we ook niet zo goed doordacht, omdat de tour na 5 dagen eindigt in Rurrenabacque, vanwaar we een bus of vliegtuig terug kunnen nemen naar La Paz en daarna nog onze auto zullen moeten ophalen in Sorata. Nope, dan moet een activiteit nog maar even wachten. We verkennen de omgeving, bezoeken het stadje – dat op zichzelf echt niet de moeite waard is – en zitten ’s avonds rond het kampvuur met de Nederlandse Willemijn en Vincent, de enige andere campinggasten. Op 16 november rijden we weer terug naar onze Franse vrinden in La Paz :S (wie weet zijn ze al weg!) en onderweg doen we nog het idee op om oude Toyota Landcruisers te gaan importeren. In deze omgeving rijdt ongeveer 90% van de mensen zo’n schitterende wagen uit de jaren ‘80; groot, robuust, zonder franje en in de meest hippe kleuren (denk aan de surflook: een rode wagen met oranje en gele strepen aan de zijkant bijvoorbeeld). Dit móet een succes worden, dus wie heeft er geld voor ons startkapitaal?!

17 november

demonstrerende Cholitas - La Paz

We sjezen direct weer La Paz in op zoek naar een leuke trekking. Ons oog is gevallen op El Choro-trek, een driedaagse wandeltocht van hoog naar laag. Je schijnt deze tocht op zich ook zonder gids te kunnen doen, maar dan moeten we wel een hoop spullen huren en alles – inclusief eten – drie dagen meezeulen. Veiligheidshalve doen we toch maar een tourtje, want als Dick voor drie dagen eten op zijn rug moet nemen halen we het einde gegarandeerd niet. De hele middag zoeken we naar een bureau bij wie zich al meer gegadigden gemeld hebben, want van de Salkantay in Peru weten we nog hoe leuk het is om zoiets in groepsverband te doen. Helaas blijkt El Choro niet populair bij toeristen in La Paz omdat het slechts wandelen is. De meeste backpackers hebben dat al gedaan in Peru en komen hier om de Huyana Potosi te beklimmen, een zes kilometer hoge sneeuwpiek van een vulkaan waar je met stijgijzers tegenaan kunt. Nee, dat is voor ons (àCharlotte) nog iets te hoog gegrepen hoor. Maar sneeuw willen we wel zien!

La Paz

Eind van de middag vinden we een bureautje waar zich ook twee Brazilianen ingeschreven zouden hebben voor de trekking. Zouden, want Charlotte gelooft het niet zo. En ja hoor, de volgende ochtend als we om half negen downtown paraat staan hebben de Brazilianen net vijf minuutjes eerder ‘afgebeld’. Het meisje zou met een voedselvergiftiging in het ziekenhuis liggen. Yeah right. Nu zijn we dus toch met z’n tweeën plus onze Spaanssprekende gids die zich voorstelt als Frans. We pakken een taxi naar het begin van de trekking op bijna vijf kilometer hoogte, vanwaar je mooi uitzicht zou moeten hebben op de omliggende bergen. Onderweg doet onze Frans – die al duidelijk heeft laten merken dat hij liever in zijn bed was blijven liggen – nog wat inkopen voor de komende dagen. Als we bijna op het vertrekpunt zijn begint het te sneeuwen en eenmaal bovenop de berg zien we geen hand voor ogen meer. Ja, we wilden graag sneeuw zien, maar dan als een mooi poederlaagje op de bergkammen! Wat Charlotte betreft is dit het begin en ook meteen het einde, want we gaan hier natuurlijk niet doorheen lopen, toch?! Dankzij Dicks overtuigingskracht beginnen we toch aan de afdaling. Want dat is wat we de komende drie dagen voor 95% van de tijd gaan doen: afdalen, en wel van Cumbre naar El Chairo en van 4980 naar 1300 meter.

El Choro - niet iedereen kan er om lachen

El Choro - net na vertrek

Er zijn slaapmatjes en een tent voor ons geregeld (slaapzakken moesten we zelf meenemen), maar wat we niet wisten is dat we die zelf moeten dragen. Aangezien er niets meer in of aan onze kleine rugzakken past, moeten we de matjes maar in de hand dragen. Onhandig, zeker in die sneeuw, maar het is niet anders. Al snel merken we dat Frans een man van de pauzes is. Terwijl de sneeuwvlokken ons in een razendsnel tempo  tot verkleumde, witte michelinmannetjes omtoveren, wachten we steeds tot Frans klaar is met ‘z’n ding doen’, wat dat dan ook moge zijn. Een uurtje later, als het gelukkig al bijna is opgehouden met sneeuwen nemen we weer een pauze. We eten de typisch Boliviaanse take away lunch die Frans voor ons gekocht heeft: rijst met een paar gebakken aardappelen (= de groente hier), plakjes gebakken banaan en twee flinke stukken kip.

El Choro trek - de heks en haar twee bezemstelen

Na de lunch knapt het weer goed op en zien we zelfs de zon tevoorschijn komen. Fraanske vindt het tijd voor pauze. Terwijl wij van de prachtige omgeving genieten – ruige rotsen met veel mossen en okerkleurige vegetatie – doet Frans even een dutje. Zo grappig: het ene moment zegt hij nog “ vamos”, mensen we gaan zo weer verder, en het volgende moment ligt hij alweer in diepe slaap. We hebben er maar een fotootje van gemaakt 🙂

Bij gebrek aan echte wandelstokken hebben we in La Paz twee bezemstelen gekocht voor een paar Bolivianos. Voor Dick zijn ze te klein, maar Charlotte heeft er veel profijt van. Conditioneel is het helemaal niet zwaar om constant af te dalen, maar je knieën vinden het alleen wat minder fijn. Met wandelstokken kun je de ergste klappen een beetje opvangen, vooral op de steilere stukken. Al om vier uur ’s middags komen we aan op de eerste camping van de trektocht. De lokale bergbewoners verdienen hier een centje bij door gringo’s te laten overnachten onder een afdakje in hun dorp. Behalve een wc is er niets. Douchen en de was doe je in de kolkende rivier beneden. Fraanske wijst ons de plek waar we de tent kunnen opzetten, dan gaat hij intussen water koken (= een tukkie doen in één van de hutjes). Anderhalf uur later kookt het water, maar op hoogte schijnt dat ook langer te duren… of gaat het er eigenlijk juist sneller..? 😉 Wij vermaken ons intussen met het mooie uitzicht en spelen met de jonge katjes en hondjes.

El Choro - dag 1 - ons vriendje op de camping

El Choro trek - dag 1 - bijna op de camping

El Choro trek - de hele tijd

19 november

Op de tweede en derde dag van de trekking zien we de omgeving veranderen van ruw en rotsachtig naar regelrechte jungle, compleet met watervallen, papegaaien, kolibries en jaguars (nee, die laatste helaas niet en overigens heten die in het Spaans ‘tigres’ volgens Frans, huhuh). In plaats van uitsluitend afdalen hebben we ook een paar klimmetjes; niet meer dan dertig minuten per stuk, maar wel knap steil. De rollen zijn nu wel een beetje omgekeerd. Frans, die we inmiddels hebben omgedoopt tot ‘Luie Frans’, heeft in de gaten gekregen dat we het niet fijn vinden om zo vaak te stoppen en zeker niet wanneer we lekker in ons loopritme zitten. Hij vraagt zo nu en dan of we een kleine pauze willen, maar we zijn onverbiddelijk. Dan geeft hij eerlijk aan dat hij zuurstoftekort heeft en zelf graag wil stoppen. Prima, maar van zijn eerdere opschepperij over álle moeilijke bergen in Bolivia die hij beklommen heeft zijn we nu echt niet meer onder de indruk. En hij is notabene nog jonger dan Dick!

El Choro trek - dag 2

El Choro = daar waar rivieren bij elkaar komen

Op dag twee komen we

goed stappen was er niet bij in de dorpjes - El Choro

wederom vroeg aan op de camping. We hopen dat Fraanske snel het eten klaar heeft want we vallen om van de slaap. Net voor we (om kwart over zeven) gaan slapen vertelt Frans ons het programma van de volgende dag. We zullen om half vijf opstaan, zodat we om half zes kunnen gaan lopen. Anders halen we het misschien niet met het vervoer terug naar La Paz. Dat betekent dat we al gaan lopen als het nog donker is. No way, daar komt wat Charlotte betreft niets van in. We hebben geen zaklamp bij ons en vooral weinig zin om ons nek te breken op zo’n glibberig  bergpaadje omdat je niet kunt zien waar je je voeten neerzet. Oke, dan vertrekken we met licht en zal Frans ons pas om half zes wakker maken.

soms moest je echt een bikkel zijn - El Choro

’s Nachts worden we wakker van een daverend onweer dat tussen de bergen heen en weer rolt en tot zeker vijf uur ’s nachts blijft het regenen. Als we om zes uur opstaan is het droog en zien we een stralende lucht. Wat een geluk! We vertrekken om zeven uur en hebben er stevig de pas in omdat we anderhalf uur goed moeten maken. En dat lukt! De rest van de middag brengen we door met wachten op vervoer (waarom hadden we nou zo’n haast??) en met de drie uur durende rit – opgevouwen op de krappe achterbank van een collectivo – naar La Paz. Onderweg krijgen we alsnog met noodweer te maken wat ons nog bijna komt te staan op een ongeluk; een gevaarlijke inhaalactie van een tegenligger op een moment dat het niet kan. Onze chauffeur ziet dit niet aankomen, simpelweg omdat hij letterlijk niks ziet aankomen; al zijn ramen zijn beslagen, maar desondanks kart hij keihard door, wat hem op een grote uitbrander van een Chileense backpacktoeriste komt te staan. Met stramme knieën maar een voldaan gevoel pakken we in La Paz een taxi terug naar de camping.

21 november

Eens in de tien jaar vindt er een grote volkstelling plaats in Bolivia en die dag is vandaag. Alle winkels zijn gesloten en bijna iedereen is vrij om zich te kunnen melden bij de lokale autoriteiten. Ook wij en de andere overlanders moeten er aan geloven. Gisteren werd er in de supermarkt (een van de weinige supermarkten van heel Bolivia vind je in La Paz) geen alcohol verkocht. Net zoals destijds in Peru – toen er verkiezingen waren – worden de toeristen niet ontzien. We verbazen ons weer over de kortzichtigheid; welk probleem denk je precies te voorkomen door één dag voor zo’n evenement geen alchohol te verkopen? Als mensen zich vandaag willen bezatten hadden ze toch ook eergisteren hun bier al kunnen kopen? Als Dick bij de hotelreceptie is om informatie te vragen over een goede monteur in La Paz wordt hij door de hoteleigenaar doorverwezen naar een Boliviaanse overheidsambtenaar ter plaatse die een vragenlijst met hem doorneemt. Iedereen die vandaag in Bolivia aanwezig is wordt in het onderzoek meegenomen, dus ook toeristen. En wat ze met al die informatie gaan doen? Dat weten ze zelf ook niet zo goed.

’s Avonds bakken we frietjes met kippenbouten en salade. Jaha, wat je al niet met één pitje kunt doen! Beetje jammer alleen dat er tijdens het koken ineens een hevig noodweer losbarst en we twee uur later – als het nog steeds vrij hard regent – ons kookfestijn vanuit het toiletgebouw moeten voortzetten. Gelukkig zijn wij de enigen die er gebruik van maken, maar toch.. Eet smakelijk :S

22 november

In La Paz zit een Zwitserse automonteur die we vandaag een bezoekje brengen omdat er nodig een paar dingen aan de auto moeten gebeuren. Het is even zoeken maar rond een uurtje of half twaalf hebben we hem gevonden. Het is een extreem keurige garage; alle monteurs lijken meer bezig met het opruimen en schoonhouden van de onderhoudsplekken dan met het doen van reparaties. Er is geen spettertje olie te vinden op de hele garagevloer! Direct bij binnenkomst wordt er een monteur vrijgemaakt om aan onze auto te werken. Dan is het van twaalf tot twee lunchpauze en doden we de tijd met het lezen van een boekje. Na de schaft gaat onze monteur weer door met onze bak. De dop van de radiator wordt vervangen (deze sloot niet meer goed, waardoor we op hoogte steeds te maken hadden met lekkages van de koelvloeistof), de benzinefilter wordt vervangen, de stuurbekrachtigingsvloeistof wordt vervangen (hier was in Chili motorolie in gegooid!) en een loszittend deurrubber wordt gelijmd. Net voor sluitingstijd kunnen we afrekenen en weer terug naar de camping. Blij dat dit gedaan is!

vrolijke Dodge bussen in Boliviaanse steden

23 november

In de ochtend maken we een kleine detour naar El Alto, een zusterstad van La Paz, waar we eindelijk de door Dick zo gewenste dakdrager kopen en laten monteren op de auto. Daarna gassen we door in de richting van Uyuni, wat we (volgens verwachting) bij lange na niet halen zodat we wildkamperen aan de rand van een gehuchtje, waar we verwelkomd worden door een stel grote honden met enge rode ogen. De tijd die we nog buiten de auto doorbrengen houden we een paar stenen binnen handbereik, zo doen de locals dat hier ook..

24 november

Bij zonsopkomst staan we op zodat we bijtijds weg kunnen rijden. De eerste kilometers, tot een uur of tien zijn prima, maar daarna volgt een afgrijselijke weg. Toegegeven, het uitzicht is mooi, maar vanwege het gestuiter over het pad en als gevolg daarvan het oorverdovende gepiep van onze slaapstellage zijn de daaropvolgende vijf uur ronduit klote. Als we halverwege stoppen voor een lunchpauze en onze spullen uit de achterbak willen pakken merken we dat de klep niet meer open gaat. Wat we ook proberen, met geen mogelijkheid krijgen we ‘m nog open. Het lijkt wel of de klep door het geschud van de auto geforceerd is geraakt, zo is de therorie van Charlotte. We eten dus maar wat we via de achterdeuren uit de auto te pakken kunnen krijgen. Tot ons grote ‘geluk’ zien we ook nog dat een van de knipperlichten aan de voorkant van de auto aan een electriciteitsdraadje hangt te bungelen. Nou, dat had niet veel langer moeten duren of we waren het kwijtgeraakt!

het is niet voor niks dat Dick meestal rijdt...

Een half uurtje rijden voor Uyuni moeten we stoppen voor een stopbord en omdat er een touw over de weg hangt dat verdwijnt in een hokje waar normaal gesproken een beambte in zit. Dick toetert twee keer ten teken dat we er zijn, maar daarop volgt geen reactie. Om het touw heen rijden is ook een optie, al ziet het hellinkje van zand dat ze er gemaakt hebben er wel heel hoog uit. Waarschijnlijk komen we vast te zitten als we dat nemen. Nog maar eens toeteren dan, misschien ligt die luiwammes wel te slapen. Yep, dit heeft geholpen. Nu komt er een politieagent uit het hokje. Dus er zat tóch iemand in. Hij lijkt alleen ‘not so amused’….

Als de agent aan Dick z’n raampje staat vraagt hij om papieren en als hij die gehad heeft snauwt hij boos wat naar hem, waarbij hij naar de claxon wijst. Oeps, dat was dus niet de bedoeling. Je moet blijkbaar uitstappen en zelf naar het hokje lopen om te vragen of ze het touw laten zakken. De agent neemt Dick zijn rijbewijs mee het hokje in en daarnaast krijgen we de opdracht om hem de verplichte gevarendriehoek, brandblusser en EHBO-kit te tonen. Ja, nu hebben we dus echt een probleem, want we hebben die spullen wel, maar we kunnen er niet bij omdat de achterklep niet open kan. Hoe gaan we dat in godesnaam uitleggen aan deze toch al een tikkeltje geïrriteerde meneer…

Gelukkig schiet Dick plotseling te binnen dat het raam in de achterklep naar beneden kan. Nadat we er drie kilo stof van afgepoetst hebben laten we het zakken en kunnen we zo gelukkig bij de spullen die opgeborgen zitten in een speciaal daarvoor bedoeld vakje in de zijwand van de auto. De EHBO-kit ziet er alleen wel anders uit dan de standaardkitjes die ze hier bij zich hebben. Het is een Care-plus kitje van een Nederlandse apotheek, waar heel relevante dingen zoals steriele naalden, ontsmettingsdoekjes en betadinezalf in zitten, maar de agent vindt het niet voldoende. Hij laat een boek zien met daarin alle verplichte spulletjes voor in de kit. We missen bijvoorbeeld koortslipcrème en iets met zuurstof, geen idee wat dat moet zijn. Voor Charlotte alle reden tot opwinding; de helft van de auto’s hier heeft niet eens functionerende remlichten, maar o wee als je geen pleisters bij je hebt! Vervolgens wil oom agent dat we in Uyuni de ontbrekende spullen gaan kopen en in de tussentijd houdt hij dan het rijbewijs van Dick bij zich. Nou, dat gaan we dus níet doen!

Uiteindelijk weet Dick het met zijn betoverende glimlach, het maken van excuses en een ‘boete’ van 10 Bolivianos voor ongeoorloofd toeteren (zonder bonnetje natuurlijk, dus het geld verdwijnt rechtstreeks in de diepe broekzak van de agent) op te lossen. We mogen door…

Maria is altijd bij ons

Zodra we in Uyuni een hostel met parkeerplaats hebben gevonden gaat Dick aan de slag met het vastzetten van de knipperlichten, die ‘vast’ blijken te zitten met plastic onderdelen. Degelijke auto’s hoor, maar hier hadden ze wel wat extra Yens tegenaan mogen gooien bij Toyota. Nadat hij een liter water in de buurt van het slot van de klep gemikt heeft gaat ook de klep open! Hoera, wat is dat een opluchting zeg! Er was dus niks geforceerd, maar het slot – een haakmechanisme – was helemaal vol gaan zitten met stof, waardoor er geen beweging meer in te krijgen was. Zo, tijd voor een heerlijke pizza ter grootte van een wagenwiel por persona en morgen naar de Salar!

25 november

Jammer dan.. Als we rond de middag bij de benzinepomp aankomen is deze gesloten. We zijn niet de enigen die hier verbaasd over zijn, want ook diverse Bolivianen keren onverrichter zake om. Ook de andere pomp in het stadje is dicht. Tja, we hebben op zich nog wel genoeg benzine, maar de Salar is 12.000 vierkante kilometer en we zouden niet de eersten zijn die er verdwalen, dus nemen we maar liever genoeg extra benzine mee. Terug bij het hostel horen we dat het wel vaker gebeurt dat de benzine op is op zondag. Morgen komt er een tanker met een nieuwe lading maar dan staat er tot zeker rond de middag een enorme rij. We kunnen dus maar beter niet te vroeg vertrekken, zo luidt het advies.

En inderdaad.. de volgende dag staat er een gigantische rij, ondanks dat het al twaalf uur is. Twee uur later hebben we onze benzine, maar deze keer wel met ‘korting’. Bolivianen krijgen hun benzine tegen een door de overheid gesubsidieerde prijs van zo’n drie tot vier Bolivianos, ongeveer 35 eurocent, per liter. Extranjeros betalen echter het driedubbele van die prijs, zonder de subsidie dus. De pompbediende moet dan een bonnetje voor je uitschrijven. Om onder die hoge prijs uit te komen kun je vragen om te tanken ‘sin factura’, zonder bonnetje. In de omgeving van La Paz was het soms best moeilijk om überhaupt een pomp te vinden waar we als buitenlanders mochten tanken, maar hier lukt het wel. Je gooit het dan op een akkoordje voor bijvoorbeeld zes Bolivianos per liter. Drie Bolivianos per liter voor het tankstation, drie per liter voor de pompbediende en drie voor jezelf, want je betaalt dan maar zes in plaats van negen Bolivianos. De jerrycans op het dak laten we ook meteen maar even tot de nok toe volgooien en daarna kunnen we eindelijk de Salar de Uyuni op. Spannend, want een echte weg, laat staan verkeersborden heb je er niet. Het is er lastig navigeren, want je hebt er nul orientatiepunten.

the road ahead is empty - Salar de Uyuni

Op de heenweg, op weg naar het eiland in het midden van de Salar, mogen we een Boliviaanse familie uit Sucre volgen, zij rijden met GPS. Toch blijkt er eigenlijk wel een soort weg te zijn; de duizenden auto’s die ons zijn voorgegaan hebben hun sporen nagelaten in de zoutvlakte, dus zo moeilijk is het helemaal niet. De Salar was ongeveer 40.000 jaar geleden onderdeel van een heel groot prehistorisch meer. Toen het meer opdroogde bleef de Salar achter. Overdag heb je het idee dat je over een gigantisch strand rijdt zonder zee. Voor, achter, links en rechts, overal om je heen is het wit. Aan het eind van de middag bezoeken we het Incahuasi eiland dat begroeid is met duizenden reusachtige cactussen, sommige tot wel twaalf meter hoog! Kolibries overbruggen veertig kilometer om hier honing te komen halen.

Incahuasi eiland - ongeveer 9 meter

bloeiende cactus; zo mooi! - Salar

We kijken hoe een voor een de jeeps weer worden volgeladen met toeristen (er worden regelmatig meer

Incahuasi eiland - Salar de Uyuni

mensen ingepropt dan er eigenlijk in passen) en als de laatste auto’s weg zijn genieten we van de stilte en de indrukwekkende omgeving. Met het licht van de ondergaande zon lijkt het of je op de noordpool bent; alsof het een ijsvlakte is. Het is dan ook aardig koud als de zon weg is. Helemaal alleen zijn we niet bij het eiland… onze Franse buurtjes van de camping bij La Paz zijn er ook. Héél gezellig zeg…

 

salt..

10 miljard ton hebben ze ervan

 

27 november

Na onze illegale nacht op de Salar (officieel mag je er niet kamperen) gaat om kwart over vijf de wekker en schieten we in onze kleren. Te voet gaan we naar de andere kant van het eiland waar we de zon zien opkomen, een spektakelshow als kwam hij speciaal voor ons op.

zonsopkomst vanaf Incahuasi - Salar de Uyuni

Als we er een uurtje later klaar mee zijn en weer terug zijn bij de auto zien we de jeeps van de toertjes met honderd kilometer per uur aan komen stuiven. Net te laat wat ons betreft want het grootste spektakel is voorbij. Een mooi moment om in te pakken en weg te wezen. Tien kilometer verderop parkeren we de SRV-wagen op een mooi plekje (volkomen willekeurig dus, want alles ziet er hetzelfde uit 🙂 ) en maken we ontbijt. De volgende uren brengen we door met het bedenken en uitvoeren van de volgende fotoreportage. Wij waren er zelf erg content mee en hebben er in ieder geval heel veel lol aan beleefd!

– NB: klik op een foto voor een vergroting! (dit geldt voor alle foto’s op de site) –

28 november

Met frisse tegenzin gaan we vandaag op pad, op naar Potosi, met 4090 meter de hoogste stad ter wereld. Op de wegenkaart hebben we gezien dat de weg erheen hetzelfde oppervlak heeft als de weg die we hadden naar Uyuni. Een alternatieve route is er niet bij. Dat wordt weer hel dus. Als we de stad uitrijden worden we blij verrast met een hagelnieuwe pikzwarte asfaltweg, all the way to Potosi. Daar betalen we héél graag tien Bolivianos tolgeld voor! Je krijgt er haast zin van om te gaan rolschaatsen of skateboarden. De weg is niet alleen super nieuw, hij leidt ons ook nog eens door een heel mooi landschap van bergen die iedere vijf minuten weer een ander uitzicht bieden en bijzondere kleuren zoals paars in zich hebben. Wat een fijn ritje en wat zou het hier mooi fietsen zijn… Prompt komen we weer een fietser tegen. Het is een Ecuadoriaan en hij heeft problemen met zijn pinpas en dus geen geld. We zijn blij dat we weer zo’n harde werker kunnen verblijden met wat eten uit onze rijdende marktkraam.

de Salar is geplaveid met zeshoekige tegels

Llama op de Salar

Potosi met haar schilderachtige centrum wordt door de meeste toeristen aangedaan vanwege de zilvermijnen die je er kunt bezoeken. In de Lonely Planet wordt wel gewezen op de gevaren waar je je in dat geval aan blootstelt. Ook al vinden er dagelijks vele toertjes plaats, de mijnen zijn nog steeds operationeel en er wordt gewerkt met giftige stoffen zoals asbest en silica. Niet voor niks dat de mijnen al 9 miljoen mensenlevens geëist hebben en de gemiddelde mijnwerker nog steeds niet ouder wordt dan een jaartje of 45. Daarnaast moet je ook niet te claustrofobisch zijn aangelegd. We besluiten om de mijnen te skippen, vooral omdat het voor ons een beetje voelt als ‘aapjes kijken’ en ook omdat we niet zo gek zijn op krappe, benauwde en donkere ruimtes waar je slecht kunt ademhalen.

In plaats van de mijnen gaan we naar museum Casa Nacional de la Moneda. Een paar zalen met schilderijen (in alle eerlijkheid: op één topstuk na – ‘La virgen cerro’ – zijn ze niet om aan te zien en misschien daarom zo slecht belicht) en een stuk interessanter is de rondleiding die ons de ontwikkeling van de Munt door de jaren heen laat zien. Vanwege het zilver in mijnen leverde Potosi in de hoogtijdagen (toen de Spanjaarden er zaten) vijftig procent van het muntgeld in Europa en was het een van de rijkste steden van Zuid-Amerika. Boeiend om te zien hoe de techniek om munten te slaan in de loop van de eeuwen veranderd is en volgens de gids een uniek museum in de wereld.

29 november

Op naar Sucre, de hoofdstad van Bolivia. Wat een leuke stad is dit! Helemaal geen straf om hier een weekje door te brengen, ondanks dat we er naar school ‘moeten’. Halverwege de middag komen we er aan en na even zoeken vinden we de language school van onze voorkeur. Voor een kleine vier euro per uur hebben we hier de komende week vier uur per dag privéles. Onze ‘camping’ vinden we aan de hand van een tip van andere overlanders. Het is eigenlijk de achtertuin van een Boliviaans gezin, waar Alfredo, de eigenaar en een professor Techniek aan de Universiteit van Sucre, zijn klushok heeft. Er is een gezamenlijke ruimte met wifi, een keuken met fornuis en een badkamertje en het is gelegen op minder dan tien minuten lopen van het centrale Plaza de Mayo.

De volgende dag starten we op de talenschool met een gezamenlijke lunch met de andere cursisten. We ontmoeten Adam en Maria, een Engels stel, dat net als wij Spaanse les volgt en ook nog wat vrijwilligerswerk doet. Samen met hen en met Lidewij, een Nederlandse, gaan we ’s avonds de stad in en vermaken we ons goed met het ‘hora feliz’ (happy hour), dat de toch al zo goedkope drankjes in Bolivia nog goedkoper maakt.

met Maria en Adam naar The Big Match - Sucre

Na de camping twee dagen gedeeld te hebben met een Pools stel dat samen op één motor Zuid-Amerika doortrekt hebben we de camping voor onszelf alleen. Heerlijk om even je ‘eigen’ huisje te hebben! Op zaterdag gaan we met Adam en Maria naar een voetbalwedstrijd; Sucre tegen één van de teams uit La Paz (er zitten totaal zes teams uit La Paz in de Boliviaanse competie). Voor Charlotte de eerste keer dat ze een voetbalwedstrijd bijwoont, maar zelfs zij kan zien dat het niveau abominabel is. Toch leuk om eens mee te maken (ongeveer twee euro voor de beste plaatsen) en er is genoeg te zien in het voor tien procent gevulde Olympisch Stadion. Schreeuwende die hard fans, mensen die tijdens de wedstrijd op hun draagbare radio een (ongetwijfeld spannendere) wedstrijd van Barcelona volgen, hondjes die rondkuieren in het stadion, de zeer enthousiaste muzikale aanhang van de thuisclub achter de goal, de verkopers van snoepgoed, hamburgers en jellytoetjes en niet te vergeten de tot de tanden bewapende ME’ers die inclusief protectiescherm staan opgesteld bij de spelers dugout (for what??). De match eindigt uiteindelijk in 3-1, meer geluk dan wijsheid wat ons betreft, maar desalniettemin een leuke invulling van de middag. Nadat we met de verkeerde bus bijna in Argentinië waren uitgekomen eindigen we de dag met een Chinese maaltijd in de stad en natuurlijk nog meer ‘horas feliz’ met een viertal Ieren. Wat zijn die lui uit Groot-Britannië toch gezellig!

De dagen die volgen lijken best veel op elkaar. ’s Ochtends het huiswerk maken van de vorige lesdag – overschrijven is er niet bij, want we krijgen ieder andere stof – en ’s middags les. Met het lestijdstip zijn we trouwens niet zo blij, omdat we de afspraak hadden gemaakt dat we ’s ochtends les zouden hebben. De directrice van de school – die er volgens eigen zeggen écht niks aan kan doen – heeft andere cursisten die nog wat langer wilden blijven toegezegd dat ze hun lesmomenten in de ochtend voort konden zetten, zodat wij nu blijvend moeten verplaatsen naar de middag. Op zich geen ramp, maar gewoon niet netjes en vooral irritant als iemand geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen beslissing. Nadeel is alleen dat we nu niet zoveel van de stad zien. Als je ’s avonds thuiskomt na de les en net hebt gekookt en gegeten is het laat en hebben wij niet meer de moed en het doorzettingsvermogen om ons huiswerk nog te maken om de volgende ochtend vóór schooltijd iets van de stad te gaan zien.

Ook onze eennalaatste lesdag sluiten we af met een drankje met onze Engelse matties. Inmiddels zijn we niet meer alleen op de camping. Er is een Duits echtpaar met de camper aangekomen. Super sympathieke lui die barsten van de tips, aangezien wij precies ‘hun’ route door Brazilië gaan rijden! Een paar uur lang voorziet Peter ons met typisch Duitse gründlichkeit van een lijst met tips over wegen, bezienswaardigheden en plaatsen om te overnachten. Alles wil hij letterlijk uitspellen en daar bovenop krijgen we ook nog een wegenkaart en een reisgids (in het Portugees) van hen. Fijne buurtjes hoor!

de enige regenachtige dag in Sucre in de hele week

Charlotte heeft Dick ervan weten te overtuigen nog een dag langer te blijven in Sucre. Door de rottige lestijden hebben we behalve de weg van de camping naar school en wat kroegen niks gezien van de stad, terwijl de oude binnenstad zelfs UNESCO is. Charlotte wil graag nog een wandeling door de stad maken en wat foto’s maken. Dat betekent wel dat het aantal dagen dat we nog over hebben om de grens over te gaan heel krap wordt. Ons visum verlengen is heel makkelijk, maar als we op vrijdag een taxi nemen naar de rand van de stad om het invoerdocument van de auto te laten verlengen bij  het douanekantoor, horen we dat je daarvoor eerst een verzoek in moet dienen via internet! Vervolgens moet je terugkomen naar het kantoor met kopietjes van je paspoort, de autopapieren en alle overige documenten die eventueel van belang zouden kunnen zijn en krijg je je verlenging. Helaas pindakaas, dat gaat ons dus niet meer helpen. We hebben nu nog precies drie dagen om de grens over te gaan. Als er geen gekke dingen gebeuren is dat genoeg, maar het zal spannend worden…

De rest van de dag scharrelen we een beetje rond over de overdekte ‘Mercado Central’ van Sucre en shoppen we wat souvenirs. Voor het eerst in ruim een week dat we er zijn regent het er namelijk. Pijpenstelen. Hebben we alsnog geen mooie foto’s van de ‘Witte Stad’…

8 december

euh... van A naar Beter?

Uitgezwaaid door Felicidad en Alfredo, de camping eigenaars, verlaten we Sucre bijtijds, nog voor negen uur. Net zoals gisteren en vannacht regent het nog steeds, blèèè.. We hopen toch een flink eind te komen, met een beetje geluk doen we vandaag een kilometertje of zeshonderd. Aan de rand van de stad stoppen we nog voor een extra gevarendriehoek. In Argentinië ben je namelijk verplicht om er twee bij je te hebben in de auto en hier zijn ze lekker goedkoop. De eerste 70 kilometer is prima, totdat we bij wegwerkzaamheden komen. Er wordt ons verteld dat we niet verder kunnen over de weg maar door de rivier verder moeten. Ja doei! Als de jongeman weg is geven we gas en kunnen we dankzij de 4×4 over de zanderige bergjes heenkomen die de weg blokkeren en vervolgen we onze weg. Zo, opgelost! Niet dus.. want na een paar kilometer zien we een boel vrachtwagens bij elkaar en iets wat lijkt op het einde van de weg. Er wordt een nieuwe weg aangelegd, maar die is nog niet toegankelijk. De omleiding leidt door een rivier. En met ‘door de rivier’ bedoelen we dus dóór de rivier. Gedurende zeker tien kilometer rijden we dwars door de rotsige rivierbedding waarbij het water gelukkig nooit veel hoger komt dan een halve meter, maar toch.. Het is een spannende ervaring, zeker de eerste kilometer. Om de haverklap zien we auto’s met panne staan en we zijn maar wat blij met de betrouwbaarheid van onze Toyota die zich braaf over de keien ploegt. Wat zijn we opgelucht als we uiteindelijk weer op een echte weg rijden!

wegomleiding door de rivier

Het vervolg van de route van vandaag gaat dwars door de bergen. Van twee mogelijke opties kiezen we het langste alternatief, omdat de kortste route volgens de dorpsbewoners erg te lijden heeft gehad onder de zware regenval en daardoor slecht toegankelijk is. Het is nog even afzien, 90 kilometer over een soort kleine kinderkopjes door de bergen, maar daarna laat de kaart een echte snelweg zien en van meerdere Bolivianen weten we dat er asfalt ligt. We schatten toch wel minstens tachtig op die weg te kunnen rijden en berekenen zo waar we vannacht zullen overnachten.

Niets is wat het lijkt blijkt maar weer als we vertwijfeld beginnen aan de ‘snelweg’. De eerste twee kilometer zien we zo nu en dan nog een flard van wat ooit asfalt is geweest, maar daarna is het zelfs daarmee gedaan en hebben we weer net zo’n snertweg als naar Uyuni. Meer dan dertig per uur wordt het niet meer vandaag. Af en toe passeren we een klein gehuchtje, maar over het algemeen zitten we midden in de natuur. Da’s dan weer wel heel erg mooi, maar die natuur zou voor ons niet minder mooi zijn met glad zoevend asfalt onder de wielen.

uitzicht vanaf wildkampeerplekje

Om half zeven, een half uurtje voor zonsondergang, stoppen we op een afgelegen grasveldje om daar de nacht door te brengen. Tot onze grote schrik zien we dat we ons rechterknipperlicht aan de voorkant zijn verloren! Hing het op de weg richting Uyuni nog te bungelen aan een kabeltje, nu was het foetsie. Op hoop van zegen zijn we nog een eindje teruggereden naar de laatste tol’poort’, maar zonder resultaat. Niet te geloven trouwens dat ze hier tol voor durven te vragen, maar onze theorie is dat er van de opbrengst van alle tol een nieuwe weg aangelegd wordt, dus pas als er voldoende geld is opgehaald. Tot die tijd..

wakker worden op wildkampeerplekje

Als we de auto hebben klaargemaakt voor de nacht komt er een oude mevrouw aangelopen die net klaar is met het hoeden van haar geiten. We vragen of we de nacht mogen doorbrengen op haar grond (ervan uitgaande dat het haar grond is) en het mag. Ze doet het provisorisch gemaakte hek voor ons ook nog dicht zodat we veilig ‘ingesloten’ zijn. Toch fijn dat we nu een beetje Spaans kunnen spreken, al merken we vooral ook hoeveel woordjes we nog niet kennen.

10 december

Om half zes staan we op. Het uitzicht over het dal waaraan we staan is fenomenaal; precies op onze hoogte hangt een wolkendek, dat er vanuit ons perspectief uitziet als een wattendeken waar je zo overheen kan rennen. Toch doen we dat niet, want we moeten door! Vandaag ruim vijfhonderd kilometer te gaan naar San Jose de Chiquitos – bekend om zijn Jezuïetenkerken – waar we weer lekker in een hotelletje slapen. De Boliviaanse ‘snelweg’ is gelukkig niet zo heel erg lang meer en daarna is het weer echt asfalt wat de klok slaat. We slagen er nog een paar keer in om te tanken voor Boliviaans tarief (blijkbaar kunnen we inmiddels op het eerste gezicht voor Bolivianen doorgaan, want niemand checkt ons buitenlands kenteken!) en zien het landschap om ons heen sterk veranderen, zeker na de miljoenenstad Santa Cruz gepasseerd te zijn.

het landschap verandert na Santa Cruz

De bergen zijn we na de middag echt uit en we rijden nu door de Boliviaanse kant van de Pantanal. De Bolivianen die hier wonen voelen zich meer verwant met Brazilië en Argentinie en willen zich het liefst ook afsplitsen van Bolivia.  Het is dat je af en toe nog een dame met twee lange vlechten op haar rug en wijde rokken aan ziet lopen, want voor de rest waan je je al in een ander land. Jungle, grasvlakten, bergen en palmbomen wisselen elkaar af. Maar wat nog het meeste opvalt is de hitte; alsof we weer terug zijn in Zuid-Oost Azië! Het water loopt van onze gezichten af en de zon fikt zo hard dat je er voor je lol niet in gaat staan. Zo anders dan de afgelopen paar maanden: doordat we bijna constant op hoogte hebben gezeten is het overdag nooit echt heet geweest en zeker niet klam, maar vooral heel aangenaam warm. Droge warmte overdag dus en ’s avonds en ’s nachts koelt het lekker af. Da’s nu voorbij en we vragen ons af hoe dat gaat zijn in de auto…

Eerst nog een nachtje in een hotel. We zitten nog ruim in de Bolivianos en aangezien de wisselkoers aan de grens zwaar belabberd schijnt te zijn voelen we ons maar niet al te schuldig over de dure kamer die we vannacht hebben in dit door Fransen gerunde hotel. In het dorpje vragen we de weg. Alle niet Jezuïeten lijken er dronken (zondagmiddag), maar we worden desondanks de goede kant opgestuurd. Een groot bed, zachte witte schone lakens en airco plus een grote badkamer, helemaal voor onszelf alleen. Dat is ook weer weleens een keertje lekker! Omdat het al laat is hebben we niet meer de puf om nog een Jezuïeten-kerk te gaan bekijken. Wel zien we veel Jezuïeten rondrijden met paard en wagen, ouderwetse boerenkleding aan, strohoeden op hun hoofd en overwegend zeer norse koppen. Een beetje amish-achtig, zoals het er uitziet.

De volgende ochtend doen we op ’t gemakske. We genieten van een uitgebreid ontbijt en karren daarna rustig naar de grens, nog zo’n 400 kilometer verderop. Onderweg komen we nog een paar politiecontroles tegen en bij beide moet er een ‘vrijwillige bijdrage’ betaald worden van vijf Bolivianos. Bij één post ziet Dick dat ook de locals dit bedrag betalen. Aangezien je in ruil voor je bijdrage geen bonnetje krijgt weet je wel hoe laat het is, maar je moet wel heel principieel zijn om over vijfenvijftig eurocent een probleem te gaan maken, zeker als je met een deadline voor de grensovergang zit. Ook daar schijn je trouwens maar beter nog wat kleingeld voor achter de hand te kunnen houden…

Van twaalf tot twee is de grensovergang gesloten in verband met de lunchpauze en om half drie arriveren wij er. Van ons laatste geld hebben we de auto nog maar eens volgegooid (weer lokaal tarief!) en boodschappen gedaan en tot slot zoeken we in het grensplaatsje het lokale postkantoor op. De stadjes waar we de afgelopen dagen doorheen gekomen waren zo klein dat ze niet eens beschikten over een brievenbus. Vreemdgenoeg staat er buiten dit postkantoortje ook geen brievenbus terwijl de dorpsbewoners ons toch echt naar het postkantoor verwezen toen we om een brievenbus vroegen. Het postkantoor is al dicht, dus de ansichtkaarten voor onze ouders en zusjes  hangen we maar in een plastic zakje aan de deur. Postzegels zitten er al op, dus nu komt het aan op de eerlijkheid van de Boliviaantjes of onze kaarten over een maand of wat in Nederland arriveren.

De grensovergang gaat smooth… Als we onze paspoortstempels hebben en een uitdraai van het uitvoerdocument voor de auto kunnen we haast niet geloven dat dit alles is. Wat een verschil met de andere kant van het land, toen we Bolivia inkwamen! Ook Brazilië gaat gemakkelijk en vooral opvallend: super hartelijk! Geen streng uitziende militairen, geen bureaucratie, geen twintig checks, maar een geïnteresseerde Engelssprekende man in vrijetijdskleding die onze papieren in orde maakt. Een fijne binnenkomer!

We vinden Bolivia echt een aanrader. De mensen zijn nogal gesloten en weinig spontaan zo was onze ervaring, maar als je van natuur houdt en je budget beperkt is, dan moet je hier vooral zoveel mogelijk tijd doorbrengen. Grassy ass Bolivia!!! 😉

Thuis gaat alles met iedereen gewoon door, zo hebben we de afgelopen weken gemerkt. Sinterklaas komt en gaat, relaties gaan over, dierbare huisdieren worden ziek, mensen kopen huizen, andere mensen gaan óók op reis, vrienden met wie het even wat minder goed gaat en kleine kindjes die groot worden. Het duurt nog even, maar op 3 april komen we weer aan in Düsseldorf. De laatste vliegtickets zijn geboekt, de cirkel is rond. We denken veel aan jullie (echt waar!) en hebben heel veel zin om jullie weer te zien, maar gaan eerst nog even een paar maanden keihard genieten in Zuid-Amerika, te beginnen met Brasil!!

p.s. we hebben een principe-overeenkomst over de verkoop van de auto aan een Zwitserse toeriste, februari 2013, zevenhonderd kilometer onder Santiago. Super fijn! Altijd nog even afwachten tot het echt rond is, maar vooralsnog ziet het er goed uit!

 

 

Mijn locatie Sucre, Chuquisaca, Bolivia.

6 thoughts on “Boliviaanse avonturen van de Blauwe SRV-wagen

  1. Hey reizigers,

    Wat was dit weer een mooi verhaal! We hebben er weer van genoten!
    Natuurlijk was ik jouw verjaardag niet vergeten Charlotte! Van harte gefeliciteerd. Hieperdepiephoera 🙂

    Geniet van al jullie avonturen en fijne feestdagen gewenst.

    Liefs
    Edwin & Susan

  2. Hey bijna jarige Charlotte en Dick,

    Ik heb eens ‘even’ de tijd genomen om jullie belevenissen te lezen, tjonge het is niet niks hoor. Wat een andere wereld hè. En wat leuk om zo heerlijk ongedwongen even van die creatieve foto’s te maken! Doet me denken aan Pisa, maar dat stelt dan eigenlijk geen fluit meer voor 🙂
    Jammer, dat na die prachtige balletposes van jou, Dick ook zo’n poging doet :))
    Ik dacht eigenlijk dat jullie in maart ‘al’ terug zouden zijn maar het wordt zelfs april, ondertussen beginnen wij ook al aan onze reis te denken want de tijd begint wel op te schieten…….

    Geniet nog heerlijk van al het moois en fijne feestdagen alvast!

    groetjes Frank, Angelique en Laura

  3. Dag Dick en Charlotte,

    Wat een schitterende foto’s, wauw!
    Heerlijk om jullie uitgebreide verhalen te lezen en er mee weg te dromen.
    Wens jullie een Feliz Navidad in Brasil.
    En natuurlijk een super 2013.
    Love and safe travelling,

    Dave and Elly

  4. Mooi verhaal, geweldige foto’s (kan ik die bestellen?)!
    Geniet met mate.
    X Staartje

  5. Dag Lieve Lotje en Dick.

    Wat een geweldig verhaal weer en wat een leuke foto’s! Ik ben er echt eens voor gaan zitten om het helemaal en op mijn gemakkie te kunnen lezen. Wat hebben jullie weer een hoop prachtige (en minder prachtige) ervaringen op gedaan. Ik kan me goed voorstellen dat zo’n reis eigenlijk altijd te kort is en dat je van bepaalde dingen extra lang wil genieten. Zeker van een lekker hotelletje met een bed en witte lakens en een echte badkamer na een hobbelige reis. Zo zie je dat we in Nederland, ondanks alle beslommeringen die we hier natuurlijk ook hebben, toch wel verwend zijn. Goed, in alle opzichten, dat je de andere kant van de medaille (en van de wereld) eens ziet.

    ps: We zijn trouwens vorige week naar Soldaat van Oranje geweest. Het was in één woord geweldig. We hebben al diverse musicals gezien, maar nog nooit zo iets spectaculairs! Nogmaals hartelijk dank voor dit schitterende cadeau.

    Geniet nog zoveel mogelijk van jullie reis, want voor je het weet is het inderdaad weer 3 april! Heel veel plezier nog, wees voorzichtig en geniet met volle teugen.

    Dikke kus en tot skype’s of zo.

    XXXX Papa en Jeanne.

Reacties zijn gesloten.