Terug naar het begin

Op 6 februari gaan we vanuit Argentinië de grens met Chili weer over om te beginnen aan de legendarische Carretera Austral. De Chileense zijde van Patagonië – het zuiden van Zuid-Amerika – is een stuk minder toeristisch dan het Argentijnse deel en dat heeft vooral te maken met het feit dat het gebied eeuwenlang onbegaanbaar was. Pas in de jaren zeventig is men in opdracht van Pinochet begonnen met de aanleg van de weg die noord en zuid met elkaar moest verbinden.

begin van de Carretera Austral

begin van de Carretera Austral

In Los Antiguos, het grensplaatsje aan Argentijnse zijde, komen we ’s ochtends per toeval Loet en Gerda weer tegen, de Friezen met de witte vrachtwagen. Voor we het weten zitten we weer gezellig bij ze aan de koffie. Loet en Gerda hebben geen einddatum; ze reizen zo lang ze nog zin hebben en zo lang het nog gaat. Wij hebben te maken met een iets strakker schema, dus na het tweede bakkie gaan we toch weer verder, maar we zullen hen zeker blijven volgen in de toekomst.

Lago General Carrera

Lago General Carrera

Het Lago Buenos Aires – waar de Chileens-Argentijnse grens dwars doorheen loopt – heet in Chili Lago General Carrera en het is te mooi voor woorden. We hebben zo verschrikkelijk veel geluk met het weer! Gisteren toen we het meer zagen was het aardig, maar niet meer dan dat. Het was toen bewolkt. Nu schijnt de zon en fonkelt het water ons tegemoet. De weg kronkelt de rest van de route van vandaag omhoog en omlaag langs het meer en we stoppen om de haverklap voor een fotomomentje. Het is een regelrechte traktatie!

Lago General Carrera 2
Lago General Carrera 3
Het zuiden van Chili heeft de naam schitterend te zijn, maar staat ook bekend om zijn vele neerslag. Een veelgemaakt grapje: de zomer is zoveel beter dan de winter in Zuid-Chili, want in de winter regent het de hele dag en in de zomer regent het (slechts) iedere dag. We hebben knetterveel geluk, want in de 4-5 dagen dat we de Carretera doen hebben we alleen maar prachtig weer. De zon geeft de bergen glans, maakt de gletsjersneeuw oogverblindend wit of ijsblauw en zorgt dat het blauw van de vele meren pijn aan je ogen doet. Het is dat de witte stranden ontbreken, anders zou je je in de Caribbean wanen, met slushpuppy blauw en turquoise water. Van de vier nachten slapen we er drie aan het water.
Lago General Carrera 4
Lago General Carrera 5

Vanwege de vele vulkanen in de omgeving hebben we de mogelijkheid om in Puyuhuapi een middagje te badderen in natuurlijke thermenbaden. Heel welkom, want van al dat autorijden krijg je een stijve rug! Het water is tussen de 35 en 40 graden wat een heerlijke temperatuur is als je er eenmaal inzit. Daaraan vooraf gaat tien minuten puffen en jezelf steeds een beetje verder laten zakken, want het klinkt misschien niet warm, maar 40 graden is echt knetterheet.

Puyuhuapi

Puyuhuapi

Niet alleen overdag is het genieten. ’s Nachts hebben we op twee afgelegen plekken de meest geweldige sterrenhemels kunnen zien. Mede mogelijk gemaakt door: 1) geen maan, 2)geen lichtvervuiling en 3) een heldere lucht. Charlotte zag binnen vijf minuten vier vallende sterren! Wat een droom… maar dat was het dus niet!

zie je het witte paard?

zie je het witte paard?

 

fantastische kampeerplek

fantastische kampeerplek

De Carretera is afzien voor je auto (regelmatig dachten we weer terug aan de wegen in Boliva), maar pas echt afzien voor fietsers. En die zijn er een heleboel. We begrijpen waarom deze route zo populair is onder wereldfietsers, maar we zouden nooit met ze willen ruilen. Superslechte wegen, auto’s die hard voorbij scheuren en als de ene stofwolk een beetje is opgelost zit je alweer in de volgende. We houden zoveel rekening met ze als we kunnen en ook al zien de meesten ons niet – zo gefocust als ze zijn op de weg vóór zich – ze krijgen allemaal een duim en aanmoedigingsgeroep vanuit de auto.

DTB_2090

Ventisquero Colgante, de hangende gletsjer

Ventisquero Colgante, de hangende gletsjer

Halverwege de Carretera komen we aan in Coihaique, de hoofdstad van de provincie Coihaique, waar we zonder problemen de RUT van Dick kunnen laten verlengen. Deze hebben we straks nodig bij de verkoop van de auto, dus het feit dat we ‘m nu hebben is weer een zorg minder. We informeren er ook direct naar de mogelijkheden om een boot te nemen naar Puerto Montt, omdat niet alles van Zuid- naar noordelijker Chili te rijden is. Kijk maar eens op de kaart; het zuiden is een aaneenschakeling van eilanden. Bij het boekingskantoor worden we direct uit de droom geholpen. Alle veerboten zitten de komende week vol want het is hoogseizoen en de mensen beginnen weer terug naar huis te gaan. Een geluk dat we hier zo ‘vroeg’ achterkomen, want dat betekent weer een wijziging van de plannen. We hebben te vroeg afscheid genomen van Argentinië!

laatste overnachting Carretera in La Junta

laatste overnachting Carretera in La Junta

 

het namiddagbiertje

het namiddagbiertje

Via Esquel en El Bolson rijden we op 11 februari weer terug naar Bariloche, het Zwitsers ogende toeristenoord aan het Nahuel Huapi meer. Helemaal geen punt, want we kennen hier een super lekker restaurant zodat we ons steakavontuur van de vorige keer in Argentinië nog eens dunnetjes (of eigenlijk best dik) over kunnen doen. Nog genoeg Argentijse pesos over 🙂
Overigens zien we ook hier hoeveel geluk we de vorige keer dat we hier waren hebben gehad met het weer. Het is nu grijs en grauw, regenachtig en koud. Hollands weer zullen we maar zeggen, dat de wereld er heel anders uit laat zien, hoe mooi deze ook is.

Op 12 februari gaan we bij Villa la Angostura voor de laatste keer Chili in. De douaneformaliteiten zijn inmiddels gesneden koek voor ons. Wij weten de weg, volg ons maar. Het is alleen een beetje jammer dat we straks geen blanco pagina meer over hebben in onze paspoorten, want iedere keer krijgen we weer een nieuw stempeltje. En helaas vinden sommige douaniers het leuk om die midden op een pagina te zetten, grrrr… Soms valt er voor ons ook wat te lachen, zoals bij de zeer serieuze en stoere douanier die eindeloos in het computersysteem aan het zoeken was met onze paspoorten in zijn handen. Wij kwamen toch uit ‘Olanda’? Maar waarom kon hij dit land dan niet vinden.. Op fluistertoon haalde hij een collega erbij die met één druk op de knop Holanda tevoorschijn toverde en hem daarna een flinke klap op zijn stoere schouder gaf.

DTB_2045
biggetjes langs de kant van de weg

Chileense gaucho's

Chileense gaucho’s

Grappig detail: dat Argentijnen bekend staan om hun goede vlees en houden van barbecuen is bekend, maar tijdens de afgelopen jaarwisseling is er zo hard gebarbecued bij deze grensovergang dat het hele kantoor in de fik is gevlogen en is afgebrand, waardoor de grensovergang zelfs even is dichtgeweest. Vermoedelijke oorzaak: Argentijnen gebruiken niet graag van die lullige aanmaakblokjes maar gooien gewoon pure alcohol op de bbq of iets anders wat lekker fikt en tja, dat wil wel eens verkeerd gaan.

Dick kan zo goed het bed opdekken!

Dick kan zo goed het bed opdekken!

13 februari
Deze laatste volledige dag met de auto staat in het teken van schoonmaken. Na heel lang zoeken vinden we in Osorno een benzinestation met een zelfbedieningsstofzuiger. Sinds de aanschaf hebben we de auto vanbinnen slechts een enkele keer schoongemaakt (en dat was zelfs nog met de Franse slag), dus het stof heeft zich aardig opgestapeld. We hebben besloten om de auto alleen vanbinnen schoon te maken en niet van buiten. Het is sowieso wel zo netjes om ‘m van binnen schoon aan te leveren, maar van buiten is een ander verhaal. Het is een aardig populaire auto die met zijn donkerblauwe metallic lak best wel in het oog springt als ‘ie gewassen is. Vies en stoffig ziet ‘ie er minder duur uit en bovendien kun je dan minder makkelijk van buiten naar binnen door de ramen kijken , wat ook wel fijn is als je erin moet slapen. Dat je de kleine oneffenheden in de lak niet ziet als ‘ie een beetje stoffig is, is natuurlijk ook mooi meegenomen op een moment van verkoop. Het plan om de wagen aan de onderkant nog met olie te laten behandelen (de onderdelen aan de onderkant zijn dan goed beschermd en het oogt bovendien ook goed) laten we varen. Als we eindelijk een plek hebben gevonden waar het kan wordt de auto namelijk zo wankel opgetakeld dat we het maar voor gezien houden. Je wilt toch niet meemaken dat ‘ie er vanaf dondert ‘ie de dag voor de verkoop total loss is! De olie hebben we laatst al laten verversen, dus wat ons betreft is onze 4Runner nu klaar.

alles onder controle

alles onder controle

14 februari
We slapen de allerlaatste nacht in onze wagen op een grote parkeerplaats bij een pompstation in Freire, een kilometer of 25 bij ons einddoel Temuco vandaan.
We staan erg vroeg op omdat we al onze persoonlijke spullen nog uit de opbergkratten moeten halen. Het zijn in de loop van de maanden wat meer spullen geworden dan waar we mee gekomen zijn, zodat het bij lange na niet past in de backpack en de backpackhoes die we hiervoor hebben. De campingspullen laten we uiteraard allemaal achter; deze hebben we met de auto verkocht. Als we de auto opleverklaar hebben brengen we nog een bezoekje aan de Toyotadealer – die godzijdank in Temuco gevestigd is – voor een nieuwe zekering. Dick heeft gisteren geprobeerd om de koelbox met de auto-oplader van de zaklamp te verbinden (kwestie van draadjes met elkaar verbinden) zodat het weer mogelijk zou zijn om de koelbox in de auto op te laden. Direct al bij de eerste test bleek dit niet zo’n goede zet (en vooral ook niet zo’n goede timing) en zaten we te kijken met een gesprongen zekering. Gelukkig op een circuit met niet de meest spannende zaken zoals de digitale dashboardklok en de electrische spiegelinstelling en meer van dat soort zaken. Voor hetzelfde geld hadden de lichten het niet meer gedaan en hadden we niet eens door kunnen rijden naar Freire/Temuco! We komen goed weg…

ik lust geen pindakaas

ik lust geen pindakaas

Om 11 uur ontmoeten we Florence bij de ingang van het winkelcentrum waar de Registro Civil gevestigd is, de instantie waar de overschrijving gaat plaatsvinden. Eerst laten we Flo haar nieuwe auto zien. Ze vindt ‘m fantastisch (is ‘ie natuurlijk ook) en heeft er niks op aan te merken. Ze hoeft niet eens een testrit te maken voor ze hem koopt! Nu hadden we via de mail al wel een goede verstandhouding opgebouwd met Flo, maar dat de verkoop zó gladjes zou verlopen hadden we eigenlijk ook niet verwacht. Fijn! De daadwerkelijke overschrijving gaat – zonder tussenkomst van een notaris – uitermate eenvoudig en de auto is van eigenaar gewisseld. Omdat we geen zin hadden in een berg met Chileense pesos waar we niks mee kunnen hebben we vooraf met Flo afgesproken dat zij de betaling via internet aan ons zou doen. Omdat het een dag of vier duurt voor een internationale betaling (zichtbaar) is bijgeschreven op je rekening kijkt Charlotte met Flo mee, terwijl ze via haar Zwitserse internetbankieren het geld overmaakt. Niet waterdicht, maar we hebben er alle vertrouwen in dat we over een paar dagen weer heel wat eurootjes rijker zijn. Dat vertrouwen bleek overigens terecht.

Nadat we het restant van onze autoverzekering hebben laten overschrijven op Flo’s naam nemen we afscheid en pakken we een taxi naar het busstation waar we ’s avonds laat uiteindelijk de nachtbus naar Santiago kunnen nemen. Het grote auto-avontuur zit er op, maar we hebben nog genoeg leuks voor de boeg!

15 februari
Om 6 uur ’s ochtends arriveren we in Santiago en nemen we de metro naar een vooraf uitgekozen hostel dat we helaas niet hebben kunnen reserveren. We kunnen er niet terecht en worden bovendien nogal onbeschoft te woord gestaan. Via een paar omwegen komen we uiteindelijk terecht bij een hostel vlak om de hoek bij het hostel waar we eerder hebben gezeten en dat blijkt ons grote geluk. Het is een van de gaafste toko’s die we ooit hebben gezien. Een super smaakvol ingericht oud klooster (althans, we denken dat het een klooster is) met hoge plafonds, houten vloeren, glas in lood en alle voorzieningen die je maar kunt bedenken. Er was een keuken met alles erop en eraan, een pooltafel, tafelvoetbal, een pingpongtafel, een tv game-room, een achtertuin met zwembad, ondergrondse bar en wat al niet meer. Inclusief een uitgebreid ontbijt met echt brood, verse sapjes, vers fruit, eitjes, muesli en heel de reutemeteut. Verwennerij!

Lang blijven we er niet, want aan het einde van de ochtend hebben we afgesproken met Charlottes vader en Jeanne. Zo leuk om hen weer te zien! En ook best wel apart om elkaar dan niet in Nederland, maar middenin Santiago te zien! Bij de Starbucks om de hoek van hun hotel kletsen we bij over de afgelopen tijd.

Jeannes zoon Ferry woont met Ana, zijn Chileens vrouw, en hun twee dochtertjes Isabella en Julia in Santiago, dus het is niet geheel toevallig dat we met z’n allen in Santiago hebben afgesproken. Het was de bedoeling om een deel van de twee weken dat Lyon en Jeanne in Chili zijn met z’n achten aan de Chileense kust door te brengen, alleen is er op het laatste moment een kink in de kabel gekomen en kunnen we niet verblijven in het door een kennis beloofde strandhuis. We moeten dus nog zoeken naar een alternatief en dat valt niet mee voor acht man in de laatste week van het Chileense hoogseizoen.

Gelukkig lukt het uiteindelijk toch en vinden we een huisje aan de kust in Concon waar we met z’n allen in passen. Blij toe, want ook al is Santiago een heel aardige stad, het blijft een zakenstad waar het echte vakantiegevoel toch een beetje ontbreekt.
Op maandag 18 februari pakken wij de bus alvast vooruit naar Concon – gelegen vlakbij het bekendere Viña del Mar – en volgt de rest later op de dag met de auto. We hebben een uitermate ontspannen week in het huisje. Iedereen doet lekker waar hij zin in heeft – naar het zwembad of het strand, naar de stad of gewoon een boekje lezen – en ’s avonds eten we met z’n allen in de achtertuin. Gezellig!

lieve strandhond

lieve strandhond

Zondag leveren we het huisje met z’n tweetjes weer in. De rest is dan al in Santiago in verband met een familiebarbecue in de stad. We hebben nu nog een paar dagen te gaan in Chili en dan moeten we alweer afscheid nemen.. Gelukkig is het deze keer niet voor lang. Op maandag 25 februari gaan we met Lyon en Jeanne nog een hapje eten, als dank voor de gezellige tijd samen. Het is voorbij gevlogen!

zusterliefde

De allerlaatste dag in Chili zijn we getuigen van een typische tradititie: de eerste schooldag, van Isa en Julia in dit geval. In Chili valt die dag natuurlijk niet aan het begin van september, maar tegen het einde van februari, als de grote zomervakantie – die rond de feestdagen in december begint – erop zit. Hier wordt het gezien als een grote happening, zodat behalve de ouders ook nog veel andere familieleden meegaan om de kids naar school te brengen. In het geval van de twee kleine meiden zijn beide ouders, de Chileense oma en oma Jeanne + Lyon, een tante, een nichtje en wij erbij. Het is even gek om de meisjes in hun (in het geval van Isa: wollen!!) schooluniformpjes te zien na hen een week te hebben zien ronddartelen in kleurrijkje zomerkleding en badpakjes. Tegen twee uur – de kinderen gaan ’s middags tot aan het begin van de avond naar school – vertrekt de karavaan richting de nabij gelegen school, de dames voorop met hun barbie-rolkoffertjes.

spannend!

spannend!

Als we afscheid hebben genomen van de meisjes en daarna ook van Ferry en Ana gaan we nog even mee naar het appartement van Lyon en Jeanne. Ook van hen moeten we nu afscheid nemen. We hebben het geluk dat ze nog wat kilo’s ‘over’ hebben in hun bagage en we een fiks deel van onze spullen die we niet meer nodig hebben mee kunnen geven naar Nederland. Desondanks blijven we zwaar beladen (we worden stiekem achter onze rug om uitgelachen denken we), maar zonder de hulp van het thuisfront was het echt een onmogelijke opgaaf geweest om alles mee te slepen door Colombia!

Naderhand hoorden we trouwens dat onze vracht nog wel voor wat oponthoud heeft gezorgd tijdens de tussenlanding op Charles de Gaulle, omdat onze grote zaklamp (zo eentje die je zowel in de auto als in het stopcontact kunt opladen) nogal wat vragen opriep bij het beveilingspersoneel. Ze wisten niet wat ze ervan moesten denken, maar desondanks mocht het apparaat na het een half uur bestudeerd te hebben dan toch mee. Bij twijfel wél doen dus.

Avenida Brasil, Santiago

Avenida Brasil, Santiago

Lyon en Jeanne: heel erg bedankt voor alles en ook de Chileense familie van Ferry: super bedankt voor de gastvrijheid!

Op naar onze laatste nieuwe bestemming: Colombia!

p.s. check via de link hieronder Flickr voor meer foto’s
http://www.flickr.com/photos/79362989@N05/collections/

Mijn locatie .

Nieuwe vriendschappen in Brazilië

10 december
Na de grensovergang pinnen we onze eerste reais in Corumba, wat nog makkelijker gezegd blijkt dan gedaan. Van alle banken die we tevergeefs proberen kunnen we uiteindelijk bij de HSBC (Hong Kong Bank) terecht. Zelfs de Visa creditcard van Dick, waarmee je toch wereldwijd terecht zou moeten kunnen, wordt niet geaccepteerd. De zon staat al erg laag als we het grensstadje uitrijden en we besluiten maar te zien hoe ver we komen richting onze bestemming in de Pantanal, voor het echt donker wordt. De wegen zijn op het eerste gezicht goed en de bewegwijzering is uitstekend. Zonder problemen rijden we het stedelijke gebied uit en betreden we de Pantanal.
De Engelsen hebben een mooi woord voor hoe het er hier uitziet: lush. Zeker in combinatie met de bijna ondergaande zon waan je je in een stukje paradijs op aarde. Glooiende heuvels met wuivend gras, galopperende paarden, vele bergen zoals de suikerberg in Rio begroeid met tropische planten, een palmboompje hier en daar en overal de zang van vogels die we thuis alleen maar in volières kennen.

eerste truckstop Pantanal

Net na donker komen we aan bij een truckerstop; een 24-uurs benzinepomp met toiletten en douches en een eenvoudig restaurantje waar vrachtwagenchauffeurs hun pauze houden of de nacht doorbrengen. Door het supervriendelijke personeel – onze eerste Braziliaanse vrienden – krijgen wij een plekje aangewezen. ’s Nachts is het afzien. We zijn na Noord-Chili en Bolivia totaal niet meer gewend aan de hitte en in de Pantanal is de luchtvochtigheid enorm. Ook worden we geplaagd door de muggen. Al voor zes uur ’s ochtends worden we gewekt door de zware motoren van de gigantische vrachtwagens die één voor één om ons heen gestart worden.
Als we aan het ontbijt zitten genieten we van grasparkietjes, schitterende blauwgele ara’s (die grote papegaaien!) en andere vogels met kuifjes, kleurrijke verenpakjes en mooie zangkunsten die om ons heen vliegen en hupsen. Jeetje, dan zit je nog maar op een bezinestation…

rode ara

blauwgele ara

Het is nog maar een stukje van 86 kilometer, waarvan de laatst 25 kilometer over een zandpad, voor we bij Santa Clara, ons kampeeradres in de Pantanal, aankomen. Voor we naar Brazilië gingen hadden we misschien ooit wel eens van de Pantanal gehoord, maar vaker van de (bij de meeste mensen bekendere) Amazone. De Pantanal is een enorme wetland, bijna vier keer zo groot als Nederland. Het gebied heeft het dichtste flora en fauna ecosysteem van de wereld. Het grote voordeel ten opzichte van de Amazone is dat je maar heel erg weinig moeite hoeft te doen om er wilde dieren te zien. En dat hebben we geweten!

caracara Pantanal

croky

Nadat we eerst een frisse duik hebben genomen in het zwembad parkeren we de auto onder een boom, vlakbij de waterkant. Onderweg, op weg naar de camping, hebben we al wel wat alligators gezien, maar aan de oevers van de bijna droogstaande rivier langs de camping liggen er wel dertig! Op een meter of twintig van onze auto af dus.. Heel vet. Zeker ’s avonds ook, als je met je halve liter verse caipirinha – de cocktail van Brazilië – bovenaan de helling van de rivieroever gaat zitten en met een zaklamp over het wateroppervlak schijnt. Je wordt dan door ontelbare gele oogjes aangegluurd…

honderden kaaimannen opgestapeld

neusaapje Pantanal

Op de camping kun je allerlei toertjes boeken (paardrijden, op pirana’s vissen, hiken, met een busje op zoek naar dieren etc.). Met paarden hebben we beiden niet zulke fijne ervaringen en vissen op pirana’s wordt pas later georganiseerd, als we alweer weg zijn. Wat overblijft kunnen we zelf ook, te beginnen met een wandeling. Onze hike is alleen niet zo goed getimed. Midden op de dag is het eigenlijk niet te harden van de hitte op de grote grasvlaktes en bovendien houden de meeste dieren zich (verstandig als ze zijn) dan ook koest. Charlotte ziet een klein palmbomenbos en verwacht daar beesten aan te treffen. Wie weet wel de jaguar die we zo graag zouden willen zien! Als we even bijkomen van de hitte in het koele bos horen we een gek geluid. Een kruising tussen het geknor van een varken en het gegrom van een hond. Het is een boze brulaap! Je hoeft geen verstand van dieren te hebben om te snappen dat ‘ie ons als indringer beschouwt en we maar beter kunnen opzouten. Dat doen we dan ook maar.

regenboog Pantanal


tuiuiu

Tegen een uur of vijf ondernemen we nog een poging om dieren te spotten, ditmaal met de auto over het zandpad dat dwars door de Pantanal heen leidt. Gedurende een paar uur rijden we met 10-15 kilometer per uur en het enige wat we hoeven te doen is onze ogen goed de kost geven. Flamingo’s, de tuiuiu vogel (het symbool van de pantanal), allerlei roofvogels (veel caracara’s), ijsvogels, groengele en blauwgele ara’s, parkieten en nog veel meer mooie vogels. Maar ook capibara’s (een soort reuzenotters om te zien), die trouwens totaal niet bang zijn voor de kaaimannen die met wel honderden letterlijk op elkaar gestapeld langs en in het water liggen. Ook zien we een hele wilde zwijnen familie het zandpad oversteken, waarbij een paar grote exemplaren als een soort klaarovers checken of iedereen veilig de overkant bereikt. We zien een hertje en een stuk of twintig neusaapjes (ook veel jonkies), hun staartjes recht omhoog. Fantastisch!

familie everzwijn

Al hebben we dan geen anaconda’s of jaguars gezien, onze jeepsafari is erg geslaagd en uitgehongerd schuiven we aan tafel met de overige campinggasten voor een gezamenlijke maaltijd, bereid door de Braziliaanse ‘big mama’ van de camping.

13 december
Na een onrustige nacht vol muggen, ruziënde brulapen in het bos vlakbij ons (bijna iedereen was er wakker van geworden, zo hard!) en territoriale kaaimannen rijden we door naar het door de Brazilianen geliefde Bonito. Een toepasselijke naam voor een plaatsje waar je heel wat wonderen der natuur kunt aanschouwen. Kristalheldere rivieren waar je al snorkelend tropische vissen kunt bekijken, heldere grotten waarin je af kunt dalen om onderin azuurblauw water aan te treffen en meer van dat soort zaken. We zullen er helaas niks van zien omdat het pijpenstelen regent. Bovendien hebben we op de camping nog veel werk te verzetten voor het reisverslag van Bolivia geplaatst kan worden. Naar Bonito moeten we dus zeker nog terug in een minder regenachtig seizoen!

gouden zijdespin

15 december
We gassen door in de richting van het beroemde Foz do Iguacu, waar we anderhalve dag op rijden. We verlaten de Pantanal regio en komen terecht in de provincie Paraná. Kilometers lange akkers met verschillende gewassen passeren we. Gek op groenten, maar ‘stads’ als we blijkbaar toch zijn – hoewel beiden geboren op het ‘platteland’ – niet in staat om ook maar iets te herkennen, behalve mais dan 🙂
Halverwege slapen we weer op een grote truckerstop. Wat een extreem sociale lui toch, die Brazilianen. Nieuwsgierig ook. Zoveel truckers die even een praatje komen maken, ook al versta je elkaar maar nauwelijks. ‘Não falo Portugues’ deert ze niks, ze kletsen gewoon door! En leuk ook dat we nu niet meer direct als buitenlanders herkend worden. Is er bij Charlotte soms nog twijfel (misschien iets te blond om Braziliaans te zijn), Dick wordt standaard voor een Braziliaan aangezien. Niet zo gek ook, als je weet dat de Braziliaanse bevolking een grote ‘melting pot’ van herkomsten, culturen en huidskleuren is. De oorspronkelijke bewoners (Indianen) zie je nauwelijks, die wonen meer in het noorden en beslaan een kleine minderheid. Veel Brazilianen hebben Afrikaanse roots (in Brazilië was de slavernij heel groot) en later kwamen de immigranten uit onder meer Spanje, Italië, Polen en Duitsland. Trouwens ook heel veel Aziaten. Het is wel duidelijk dat de mix van al deze herkomsten en kleuren hele mooie mensen oplevert!

Iguacu watervallen Brazilië


Iguacu watervallen Brazilië II

16 december
We komen aan in Foz do Iguacu, wederom op een mooie camping die ons is aangeraden door het Duitse echtpaar uit Sucre. De volgende ochtend gaan we op tijd op pad om de grote Iguacu watervallen te bewonderen. Iguacu betekent in de Indianentaal Guarani ‘groot water’. Met de bus rijden we naar het natuurpark en een parkbus brengt ons naar het begin van de wandelroute. Het is maar een korte route, maar iedere keer zie je de watervallen weer vanuit een ander perspectief en van iets dichterbij. Een indrukwekkend stukje natuurgeweld zeg, echt prachtig! De wandeling eindigt bij de ‘boca de diablo’, de duivelskeel, waar het water met een oorverdovend geweld naar beneden klatert. Dat je nat wordt als je over de loopbruggen naar het spektakel gaat kijken is onvermijdelijk maar tevens hartstikke welkom. Tot slot nemen we een lift naar het uitzichtspunt van waar je, van een afstandje, een mooi zicht hebt op de bovenkant van de duivelskeel.
Wauw!

Iguacu watervallen Brazilië

Iguacu watervallen Brazilië

We vragen ons af of het nog wel zin heeft om morgen naar de Argentijnse kant van de watervallen te gaan kijken, want mooier dan dit kan het toch niet worden? Omdat we van verschillende toeristen hebben gehoord dat we dat wél moeten doen omdat je alles van nog veel dichterbij kunt aanschouwen, besluiten we morgen toch braaf te gaan.

18 december
Op vakantie ben je niet zo heel erg met de dagen van de week, laat staan met data bezig (althans wij niet), zodat Charlottes verjaardag bijna aan haar aandacht ontglipt was. Gelukkig had Dick er wel aan gedacht, evenals een heleboel mensen thuis. Nogmaals bedankt voor de lieve appjes, sms’jes, e-mails en e-card!

Iguacu watervallen Argentinië

Iguacu watervallen Argentinië

Met het bezoek aan de ‘Cataratas’ is het een memorabele verjaardag geworden. Het kost iets meer tijd, geld en moeite om de watervallen aan de Argentijnse kant te bekijken, maar dan heppie ook wat! Dachten we gisteren dat het niet mooier kon, vandaag werd het tegendeel bewezen. Het overgrote deel van de watervallen ligt in Argentinië en dat betekent dat je overal echt letterlijk met je neus bovenop kunt staan. Het natuurgeweld is gigantisch; er gaat drie keer zoveel water doorheen als door de Niagara watervallen. Hele rijen watervallen zijn er te zien, met soms wel twee niveau’s. In totaal ongeveer 300 watervallen over een breedte van 2,7 kilometer vallen tot 80 meter naar beneden. Omdat het een mooie zonnige dag is zien we om de haverklap regenbogen, waar Charlotte dol op is.
Als zo vaak bij dit soort natuurverschijnselen wordt maar weer bevestigd dat de mooiste dingen op aarde niet door toedoen van mensen tot stand komen. De watervallen maken tegenwoordig trouwens onderdeel uit van de nieuwe 7 wereldwonderen.
Het enige grote nadeel van dit soort bezoekjes: je raakt verwend! Gaan we ooit nog opkijken van een doorsnee watervalletje in een jungle of langs de kant van de weg?

Iguacu watervallen Argentinië


Iguacu watervallen Argentinië

Terug op de camping zijn er heel wat campinggasten bijgekomen. Gezellig! Van een projectontwikkelaar die met een bevriend gezin op vakantie is in een gigantische tot een camper omgebouwde touringcar bus moeten we picana van de barbecue proeven. Zonder te overdrijven: het lekkerste stukje vlees ooit gegeten. Het goede nieuws is dat het uit Argentinië komt, dat dus blijkbaar niet voor niks bekend staat om het lekkere vlees.

Naast ons staat een stel newlyweds met hun familie en vrienden. Het van oorsprong Braziliaanse stel woont al een flink aantal jaren in California, maar wilde aan de Braziliaanse stranden trouwen. Voor de gelegenheid zijn vijf Amerikaanse vrienden van hen overgekomen die nu onderdeel uitmaken van hun rondreizende karavaan. Met één ervan, Jonathan, raken we ‘s avonds aan de praat en als we de volgende dag van Alex horen dat ze met kerstmis met z’n vijven ook in Rio zijn besluiten we elkaar daar op te zoeken.

neusaap taking over the place


19 december
In twee dagen rijden we naar Florianapolis waarbij we een afstand van zo’n duizend kilometer moeten overbruggen. Doordat je in het constant glooiende Brazilië nooit echt hard kunt rijden – al denken sommige Brazilianen daar anders over – en we aardig wat regen op ons dak krijgen, kost het ons twee hele dagen voor we arriveren op camping Lagoa da Conceicão. We kiezen een plekje naast een grote camper, die toebehoort aan Martin, een Argentijnse wereldreiziger. Een goede keuze, want Martin zal ons in de dagen die volgen constant voorzien van hulp, advies, eten (uiteraard!) en – niet in de laatste plaats – leuk gezelschap. Als kapitein op luxe jachten heeft hij al heel wat van de wereld gezien en hij zit vol bijzondere verhalen.

buurman Martin Floripa

21 december
Het is tijd om het een en ander te regelen voor ons bezoek aan Rio de Janeiro. Het liefst willen we er met Oud & Nieuw heen, maar omdat de prijzen voor accomodaties in die periode gemiddeld vervijfvoudigen (denk aan prijzen van € 150,- met z’n tweeën per nacht voor een grote slaapzaal!) houden we het toch maar op Oud & Nieuw aan het strand van Floripa.
Zelf rijden naar Rio wordt ons van alle kanten afgeraden. Heel Brazilië heeft in deze periode vakantie en vakantie betekent: naar de kust. Iedereen uit het binnenland en de grote steden trekt naar de zee en dus zijn de wegen zijn in deze weken overvol en gebeuren er veel ongelukken.
We gaan naar het busstation in de stad en kunnen daar gelukkig nog de kaartjes bemachtigen die we op internet hadden gezien en waarmee we vijf dagen in Rio kunnen zijn. Op internet vinden we een hostel vlakbij het strand van Copacabana dat uitsluitend lovende beoordelingen krijgt met nog beschikbaarheid, dus we zijn er helemaal klaar voor!

23 december
Om zes uur ’s avonds gaat onze bus. Er staat ongeveer achttien uur voor gepland, maar als we pech hebben zou dat meer kunnen worden. Alleen al vanuit Sao Paulo vertrekken er even voor kerst op één dag een half miljoen auto’s, zo horen we van Martin die het Braziliaanse nieuws volgt. We hebben geluk en arriveren zelfs een uurtje eerder in Rio de Janeiro! Net voor aankomst hebben we de animatiefilm ‘Rio’ op de laptop gekeken nu zien we alles met eigen ogen. Het Christusbeeld dat hoog over de stad uitkijkt, de kenmerkende groene bergen en overal stranden. Wauw!!!
Tegen onze gewoonte in nemen we vanaf het busstation een taxi naar het hostel in plaats van een bus. In Rio weegt veiligheid zwaarder dan het budget. Lisetonga Hostel ligt bovenaan een steile helling, aan het begin van de favela Chapeu Mangueira in de wijk Leme. Het is een oude villa die stijlvol is opgeknapt. De Slowaakse eigenaar en zijn Braziliaanse vriendin wonen er zelf ook en hebben er alles aan gedaan om het tot een gezellig geheel te maken en dat is uitstekend gelukt! Het vriendelijke personeel draagt er aan bij dat we ons eerder te gast voelen bij vrienden, dan dat we in een hostel te gast zijn.

Copacabana

Voor het eerst tijdens deze reis slapen we op een slaapzaal. Wel een kleintje hoor, van vijf man, maar toch. Rio is best aan de prijs en bovendien heeft dit leuke hostel geen privé kamers. We delen de kamer met Henrik en Duy uit Noorwegen met wie we de dagen erna veel optrekken, en een knul uit Australië. Als we een douche hebben genomen gaan we lunchen en Copacabana verkennen. Natuurlijk eindigen we al snel op het strand. 🙂
’s Avonds heeft de eigenaar vanwege kerstavond hapjes gemaakt en een soort sangria. Tot ver na middernacht drinken we biertjes op de patio met de andere hostelgasten. Vooral Scandinavië is goed vertegenwoordigd in het hostel.

25 december
Eerste kerstdag, maar zo voelt het niet! Niks kerststol met roomboter, nette kleding, open haard of sneeuw. De mussen vallen van het dak in Rio. Nog nooit eerder is er zo warm geweest! Niet echt een dag om eens flink de toerist uit te hangen dus. Bovendien horen we dat er veel gesloten zal zijn, omdat op eerste kerstdag (in Brazilie kennen ze er maar één, namelijk de enige echte feestdag) veel familiebezoekjes zullen worden afgelegd. We genieten dus wederom van een lekker middagje strand en aan het einde van de dag verkassen we met een lading drank naar de Amerikanen door wie we uitgenodigd zijn voor een traditioneel kerstdiner. Alex, Robert, Jonathan, Kevin en Maritza hebben een appartement gehuurd in Ipanema en hebben heel de dag in de keuken doorgebracht voor de bereiding van de traditionele kalkoen.
Na de maaltijd wandelen we rond een uurtje of acht over het strand van Ipanema naar Copacabana waar speciaal vanwege kerst op een groot podium gratis muziekoptredens te zien zijn. Eerst is het de beurt aan de bekende Braziliaanse zanger Gilberto Gil, die helaas al klaar is als wij aankomen. Over een half uur is het de beurt aan Stevie Wonder. Hij is een beetje laat, maar ja, voor die man is het natuurlijk ook kerst. We bemachtigen een mooi plekje aan de zijkant van het podium, maar moeten daarvoor wel een stukje door een dichte mensenmassa. En daar gebeurt waar we al voor gewaarschuwd zijn: Robert, één van de Amerikanen, wordt gerold van zijn portemonnee. De straatdieven werken in groepjes. Ze veroorzaken bijvoorbeeld een klein ‘opstootje’ (er wordt een beetje geduwd) en mensen hebben een paar seconden nodig om hun evenwicht te bewaren. Meer dan die paar seconden heeft de dief niet nodig. Aangezien Robert – Amerikaan als ‘ie is – behalve een boel cash ook een paar creditcards op zak heeft gaan hij en Alex meteen terug naar het appartement om de pasjes te blokkeren. Gedurende de avond worden er om de haverklap om ons heen portemonnees op de grond gevonden. Het lijkt erop dat de dieven alleen geld uit de portmonnees trekken en het ‘bewijsmateriaal’ op straat gooien.

met Jonathan, Kevin en Maritza


het wonder dat Stevie heet

Het optreden van Stevie is… eh…apart. Aangezien hij alles in het Engels doet en de meerderheid van de Brazilianen geen Engels spreekt, krijgt hij het publiek niet zo makkelijk mee met de teksten die hij hen wil laten nazingen. Een paar nummers zoals Don’t you worry ‘bout a thing en Superstition, en covers van Bob Marley en Michael Jackson zijn supercool, maar daarnaast doet hij ook aardig wat softe ballads (je moet er van houden; doen wij niet) en wat zoete hallelujah-achtige Amerikaanse kerstliedjes. Wel heel bijzonder om tussen een half miljoen Brazilianen en wat andere toeristen op Copacabana beach te swingen!
Na het concert gaan we maar terug naar het hostel. Het voelt niet zo veilig om nu nog op stap te gaan, aangezien aardig wat mensen echt flink dronken zijn en we halverwege het concert ook getuigen waren van een flinke vechtpartij, waardoor de mensenmassa uiteen week. Best een eng moment als je helemaal klem staat en mensen om je heen in paniek raken en zelfs proberen te gaan rennen. Gelukkig was er politie in de buurt en werd de boel weer snel tot bedaren gebracht.

kabelbaantje Pao de Azucar

in de verte zie je Jezus op de berg

26 december
Op tweede kerstdag bezoeken we Pao de Azucar, de bekende suikerbroodberg van Rio. Met twee kabelbanen word je naar twee verschillende niveau’s gebracht, van waar je een indrukwekkend uitzicht over een deel van de stad krijgt. Bijna overal waar je kijkt zie je zee, dus niet zo verwonderlijk dat Pao de Azucar vroeger functioneerde als strategische uitkijkpost. Het is hoogseizoen en een redelijk heldere dag, zodat het super druk is (overal lange wachtrijen in de felle zon) en we blij zijn als we weer beneden staan. ’s Avonds gaan we met een man of tien uit het hostel uit eten bij een churrascaria met de formule ‘eten tot je er bij neer valt’. Er is een uitgebreid buffet met groentes, aardappels, rijst, pasta en sushi en om de haverklap staat er een meneer aan je tafel met een lange vleesspies (steeds een andere soort vlees) waar hij graag een stukje voor je afsnijdt.
We eindigen de nacht met een biertje in een strandtentje van Copacabana beach.

uitzicht vanaf de Suikerberg

uitzicht op Copacabana en Leme

De laatste (hele) dag dat we in Rio zijn hebben we in de planning om aan het eind van de middag / begin van de avond naar Corcovado te gaan, het Christusbeeld. We hebben de tip gekregen om laat te gaan omdat dan de drukte meevalt en omdat het licht dan zo mooi op het beeld en over de stad valt. Bovendien kunnen we de volle maan zien opkomen!
Helaas, halverwege de middag trekt er plotseling een dikke mistachtige bewolking over de stad heen, waardoor het zinloos is om nog te gaan. De enige mogelijkheid die we nu nog hebben is de volgende ochtend. We kunnen Rio natuurlijk niet verlaten voordat we bij ‘Christo Redentor’ zijn geweest.

onder Jezus' vleugels

Met een nieuwe groep hostel-vrienden gaan we ’s avonds een hapje eten bij een Libanees restaurant (een aanrader!) en wederom eindigen we op het strand. De volgende ochtend gaan we met dezelfde ploeg op tijd richting Christ. Het blijkt toch niet vroeg genoeg, aangezien de rij al dermate lang is dat we pas over twee uur het treintje omhoog kunnen nemen. Het alternatief is met een busje omhoog. Je hoeft dan voor het eerste stuk maar even te wachten, maar mist alleen wel het mooie uitzicht vanuit het treintje. Voor ons is de keuze niet moeilijk. We willen vandaag ook nog naar de wijk Santa Teresa en aan het einde van de dag gaat onze bus alweer terug naar Floripa. De rest volgt ons.
Het busje brengt ons naar de kassa’s (moet je ook weer voor in de rij) en daarna sluiten we aan in een héle lange rij voor het volgende busje omhoog. Dan is het nog maar een aantal trappen voor we onder het 38 meter hoge Jezusbeeld staan. Wat een knoeperd! En wat een fenomenaal uitzicht! Jammer dat het niet echt helder is en dat we hier met z’n tienduizenden om het beeld heen hangen. Toch nog maar eens een keertje terug op een rustiger moment!

Cristo Redentor

Ons plan om nog naar Santa Teresa te gaan valt door het lange wachten (ook op de terugweg is het weer wachten) in duigen. Om half vijf ‘s middags nemen we vanuit het hostel een taxi naar het busstation. Tegen vijf uur komen we er aan. Lekker op tijd dus, aangezien de bus om zes uur vertrekt. Bij een informatiebalie gooit Charlotte met een achteloos gebaar de tickets op de counter, zodat Dick aan de juffrouw achter de balie kan vragen waar we moeten inchecken.
“Waar moeten we zijn voor de bus van…. KWART OVER TWEE??!! Hè? Onze bus zou toch ook op de terugweg weer om zes uur gaan? Heb jij de kaartjes niet gecheckt?” (Dick)
“Nee, want JIJ zei toch dat ‘ie om zes uur ging? Daar vertrouwde ik op.” (Charlotte)
“Nou dat heb ik van jou hoor, dat ‘ie om zes uur zou gaan.” (Dick)
“Dit zou Susan L. nooit overkomen…” 🙂 (Charlotte)

sunset Copacabana

Direct gassen we door naar de balie van onze busmaatschappij. Hier moet sprake zijn van een misverstand. Een Braziliaanse vrouw die een beetje Duits spreekt fungeert als tolk tussen het meisje van de maatschappij en ons. Er blijkt inderdaad sprake van een misverstand te zijn. Aan onze kant welteverstaan. Er is geen bus van zes uur en die is er ook nooit geweest. Wel eentje van kwart over twee. Behalve onszelf kunnen we hier niemand de schuld van geven.
Geld terug is geen optie. Kaartjes omboeken wel. De eerstvolgende bus met vrije plaatsen naar Florianopolis gaat op….. 1 januari, over vier dagen, jawel! Tja, misschien een goede reden om tóch maar Oud & Nieuw in Rio te vieren? We vragen of er andere manieren zijn om met de bus in Floripa te komen. Er blijkt een mogelijkheid om via Curitiba te gaan. Dan kunnen we vanavond om acht uur nog mee. Moeten we wel nog zelf op zoek naar kaartjes van Curitiba naar Floripa. Ook dat lukt! De Engelssprekende manager van een andere busmaatschappij helpt ons super goed en we schaffen kaartjes Curitiba – Floripa aan voor de volgende ochtend elf uur. Maar goed ook, want station Curitiba is de volgende dag afgeladen vol, dus of we dan nog aan kaartjes waren gekomen?

29 december
We arriveren laat op de camping in Floripa. Onderweg file en slecht weer gehad. Omdat het al zo laat is gaan we nog maar eens lekker uit eten; shrimp sequence deze keer. Een locale specialiteit: garnalen op een stuk of vijf verschillende manieren bereid. Erg lekker, vooral in combinatie met onze nieuwe vondst: Bohemia bier.

zoveel lieve vriendjes op straat

30 december
Omdat Charlotte er inmiddels een traditie van heeft gemaakt om in zo’n beetje ieder nieuw land waar we komen het ziekenhuis te bezoeken (al die musea heb je op een gegeven moment ook wel gezien), gaan we vandaag naar een EHBO. In de Pantanal is Charlotte gestoken door iets dat twee nogal vreemde bulten heeft achtergelaten op haar benen. In Rio zijn de bulten groter geworden en veranderd in rode, ontstoken, ringvormige plekken die met de dag groter werden (foto’s beschikbaar voor de liefhebber). Geen fraai gezicht maar vooral vervelend als zoiets niet vanzelf over gaat. Toch maar eens iemand naar laten kijken dus.
Na vijf uur wachten (V.I.J.F. U.U.R.) zonder boek, muziek, telefoon, tv of wat dan ook zijn we eindelijk aan de beurt. Weer een uur later staan we buiten. Er heeft zes man naar de plekken gekeken, er zijn foto’s van gemaakt (met een digitale camera), er is een medisch handboek met daarin alle bestaande huidaandoeningen geraadpleegd (moet je trouwens nóóit zomaar even nonchalant doorbladeren, gatverdamme!), maar niemand weet wat het is. Er wordt dus ook niks voorgeschreven. Tot drie keer toe opperen we nog dat het misschien ringworm is, een schimmelinfectie van de huid (had Charlotte zelf op internet gevonden), maar we krijgen desondanks het advies om op 2 februari terug te komen, als er weer specialisten in het ziekenhuis zijn. Die zitten nu allemaal in hun zomerhuisjes aan zee. En gelijk hebben ze.

Ook nu is het alweer zo laat dat we geen zin meer hebben om boodschappen te gaan doen en te gaan koken. Toevallig komen we langs een heerlijk all you can eat sushi-restaurant (zo eentje met een lopende band) waar we ons tegoed doen aan al het lekkers dat aan ons voorbij glijdt. De enige Engels sprekende ober (een Zuid-Afrikaan) komt, ondanks de drukte, om de tien minuten vragen of alles naar wens is. Zo attent!

Op Oudjaarsdag doen we nog wat inkopen voor het feest van vanavond. We moeten nog witte kleren aanschaffen, want het is traditie in Brazilië om wit te dragen. Het staat voor vrede in het nieuwe jaar. Op een reis als deze neemt een weldenkend mens geen witte kleding mee, want geheid dat je er na een halve dag al bij loopt ‘om op te schieten’, zoals Charlottes moeder altijd zei. Iets nieuws dus. Winkelen kan leuk zijn, maar niet als je iets nodig hebt. Toch slagen we redelijk naar ons zin.

We twijfelen hoe we de avond / nacht gaan doorbrengen. Met Alex en Bob, twee van de vijf Amerikanen die nu ook in Floripa zitten, kunnen we mee naar een groot feest in een hippe club. Klinkt gaaf, maar budgettechnisch nu niet helemaal handig (dikke entree en de hele avond dure drankjes). We besluiten daarom gewoon samen naar het strand te gaan en maar te zien wat er van komt. Om kwart over negen zitten we nog aan het avondeten als de familie Ter Burg aan de telefoon hangt. Gezellig! In Nederland is het dan al 2013, maar wij moeten nog afwassen, douchen, omkleden…

Oud en Nieuw Floripa

Rond een uur of elf lopen we, gewapend met een paar flessen van de beste champagne (ahum) richting Joaquina beach, waar in het seizoen ook surfevents gehouden worden. In minder dan vijf minuten hebben we weer een stel gezellige Brazilianen uit Sao Paulo leren kennen en zo gaat het de rest van de nacht door! Om middernacht is er weinig vuurwerk op het strand te zien. Voor het mooie vuurwerk moet je naar de stad, daar is een vuurwerkshow van ruim een kwartier. Wel leuk is een andere Braziliaanse traditie: over zeven golfjes springen in de zee. Bij iedere sprong mag je een wens doen!
Over het hele strand klinkt de relaxte muziek van de reggaeband die optreedt in de strandtent en we beseffen weer eens even wat een geluk we hebben dat we dit allemaal mogen meemaken. Om half zes liggen we, moe maar voldaan, in onze wagen. Klaar om er drie uur later al weer uit te zweten. Een mooie jaarwisseling en een hoop nieuwe vrienden rijker!

Oud en Nieuw Floripa


disco in en op je pickup

2 januari
Terug naar het ziekenhuis, waar Charlotte in het toxicologisch lab weer door zeven verschillende mensen wordt bekeken. Op een gegeven moment komt er een arts binnen die minder dan een halve minuut naar de plekken hoeft te kijken om te bepalen dat het een schimmel (ringworm dus!) is. Yes! Dat is namelijk heel makkelijk te behandelen. De achterblijvers zijn er toch niet gerust op. Het zou nog steeds een parasiet kunnen zijn. Er wordt wat weefsel afgenomen voor onderzoek, er worden pillen en crème voorgeschreven voor de schimmel, maar desondanks wordt ons op het hart gedrukt toch de volgende dag naar dr. Sergio Beduschi in een ander ziekenhuis te gaan. Hij is infectiespecialist en spreekt ook uitstekend Engels.
Omdat we hadden verwacht dat we na dit ziekenhuisbezoek direct weer de weg op konden gaan, hebben we op de camping van iedereen afscheid genomen en uitgecheckt. Toch staan we er ’s middags weer op de stoep. We doen nog maar eens een keertje Sushi. Het moet natuurlijk allemaal wel een beetje fijn blijven! 😉

De geschiedenis herhaalt zich de volgende dag. Dr. Beduschi (het is toch net of je het over een of ander sexy ER-karakter hebt?) staat ons uiterst vriendelijk te woord, noteert waar we in de afgelopen maanden allemaal geweest zijn – en waar Charlotte dus mogelijkerwijs een parasiet heeft opgelopen – , kijkt samen met een collega eens goed naar de plekken en zijn collega vraagt of we eventueel in de gelegenheid zijn om over ongeveer een maand terug te zijn in Florianapolis, mocht behandeling van de parasiet nodig zijn. Nee! Dat kan helemaal niet!
Dr. Sergio stelt ons gerust. We hebben geluk, want een infectiespecialist, gespecialiseerd in de leishmania parasiet is morgen in het ziekenhuis. Zij zal waarschijnlijk met het het blote oog al kunnen zien of het de gevreesde parasiet betreft, welke trouwens wordt overgebracht van dieren op mensen door een ‘onschuldig’ zandvliegje!
We blijven dus nóg een nachtje langer in Floripa.. Hallootjes, daar zijn we weer! Het campingpersoneel, dat geen letter Engels spreekt, snapt er nu helemaal niets meer van.
Goed nieuws via de mail: het nieuwe knipperlicht – het oude exemplaar zijn we verloren in Bolivia – komt morgenmiddag binnen bij de Toyotadealer in Floripa en kan dan ook meteen geïnstalleerd worden. Fijn, dat scheelt ons een hoop zoekwerk verderop tijdens de trip.

4 januari
De specialist heeft het zo gezien: het is geen parasiet maar gewoon schimmel. Dat je ooit nog eens blij zou zijn om schimmel te hebben!  ’s Middags laten we de auto fixen en kopen we een halve kilo vis om met z’n tweetjes op te eten. Na een uitgebreide maaltijd worden we door een Braziliaanse familie uitgenodigd voor hun barbecue. Wat een lieve en gezellige mensen weer. Met de kinderen, die in Rio en Sao Paulo wonen, wisselen we gegevens uit. We zijn van harte welkom om met het WK 2014 hun kant op te komen!
Als de familie vertrokken is en we aan het opruimen zijn worden we door een homostel – de boys zijn zo zat als een toeter – uitgenodigd voor hún barbecue. Nee zeggen is geen optie! De champagne vloeit rijkelijk. Zij maken het motto ‘haal er uit wat er in zit’ pas echt waar. Van iedere dag maken ze een feestje, zonder daarbij ver vooruit te plannen. En als het geld op is, dan is het op! Ze kunnen zich dan ook niet voorstellen dat je – zoals wij – spaart voor een lange reis en je budget uitsmeert over een heel jaar. Nu is nu, geen zorgen voor de dag van morgen en hoppa, weer een fles champagne open!

BBQ II (en maaltijd III) met de boys uit Sao Paulo

Op 5 januari vertrekken we eindelijk uit Floripa, met weersomstandigheden à la de Nederlandse zomers waaraan we hier een beetje gewend zijn geraakt. Regenachtig dus. Er is veel file, hoewel we gehoopt hadden dat de grote drukte richting het noorden in plaats van richting het zuiden zou zijn, omdat daar de meeste vakantieganger vandaan komen. Dick is inmiddels helemaal verslaafd aan de opgestoken duimen die zo gebruikelijk zijn in het Braziliaanse verkeer. Als je iemand voorrang geeft krijg je bijna standaard een duimpje.

’s Avonds voor het slapen gaan, als het eindelijk droog is, checkt Dick nog even de wagen. Vervelend genoeg merkt hij dat de auto iets gelekt heeft en nog erger is dat het waarschijnlijk vloeistof voor de automatische versnellingsbak is. Extreem belangrijk, want als dat peil te laag staat kun je heel de versnellingsbak aan gort rijden. Als hij in de winkel van de benzinepomp op zoek gaat naar vervangende vloeistof komt een toevallig binnenwandelende vrachtwagenchauffeur zich bemoeien met het gesprek tussen Dick en de verkoper. De chauffeur spreekt nauwelijks Engels, maar belt direct zijn zwager die uit de VS komt. Deze weet ook nog wat van auto’s en raadt Dick, op basis van wat hij over de telefoon hoort, af om nog verder te rijden. Das lekker! En waarom moet zoiets nou weer op zaterdagavond gebeuren? Morgen is alles dicht, dus we moeten nu een hele dag op een truckerstop doorbrengen. Wat een pech…

Toevallig is Charlotte net ‘De Alchemist’, van de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho aan het herlezen. Haar lievelingsboek. Een inspirerend verhaal en wie het kent weet dat pech pas pech is als je jezelf als slachtoffer beschouwt. Je weet nooit tot wat voor goeds of moois die ogenschijnlijke pech je weer kan leiden!

6 januari
Dat zelfs een dag op een truckstop tot bijzondere ontmoetingen kan leiden, blijkt vandaag maar weer. Net na de middag komt Samuel, een andere trucker een kijkje nemen. We hebben er het beste van gemaakt voor vandaag, dus we zijn het beetje aan het zonnebaden, lezen een boekje, Dick poetst de auto en Charlotte heeft het voornemen om later op de dag het reisverslag te gaan schrijven. Ook Samuel checkt de auto en raadt ons aan om morgen in het nabijgelegen plaatsje vloeistof te kopen en daarna door te rijden naar een officiële Toyotagarage in Porto Alegre, de laatste grote stad voor de grens met Uruguay.
En daarna moet er natuurlijk gedronken worden. Samuel komt met bier en een caipirina aangelopen. Jawel, in Brazilië kun je op een benzinestation niet alleen bier krijgen, maar ook cocktails! Het leven is toch een groot feest?!

dagje truckerstop met vriend Samuel

Omdat Samuel alleen Portugees spreekt en wij een minimum aan Spaans, is het communiceren soms lastig, maar toch komen we er uit. Later voegen ook nog twee andere chauffeurs zich bij het gezelschap op de parkeerplaats; zijn matties Rubens en Oscar. Samuel vertaalt alles wat de twee anderen willen zeggen of vragen aan ons, van het Portugees in het Portugees. Het tempo (en dialect?) van de andere mannen maakt het voor ons echt totaal onverstaanbaar.

Dick met vrienden Oscar en Skol


de keuken in Oscars truck

En zo komt het dat we op een zondagavond op de parkeerplaats van een tankstation in Brazilië tussen twee trucks van 30 meter lang zien hoe Oscar voor ons vijven een heerlijke maaltijd maakt van bruine bonen met knakworstjes uit de benzinestationwinkel en spiraaltjespasta met rode saus en eveneens knakworstjes. Trots als hij is op zijn Italiaanse roots (en misschien ook een beetje door alle biertjes) vraagt hij wel tien keer of het eten lekker was en of we nog meer willen. “Tutti bon?”, roept hij steeds.
Hoe gek het misschien ook klinkt, we hadden deze dag nooit willen missen en beseffen ’s avonds dat we de bijzondere ontmoetingen te danken hebben aan de auto’pech’!

uniek!

In Porto Alegre vinden we door wat rondvragen bij andere dealers de Toyotagarage. Hele plattegronden worden getekend en printjes gemaakt van google maps om ons de weg te wijzen. Wat een behulpzaamheid weer. De check bij Toyotadealer, waarbij naast de versnellingsbakvloeistof ook de vering en nog wat andere zaken worden nagekeken is helemaal gratis! Er blijkt iets met het differentieel aan de hand te zijn en de manager (die nog voor de Rabobank gewerkt heeft) vindt het o zo vervelend dat hij ons niet kan helpen omdat hij niet aan het onderdeel kan komen. In Uruguay zou het zeker moeten lukken, denkt hij. Met een warm gevoel van alle hulpvaardigheid rijden we de stad uit, ons laatste stukje Brazilië tegemoet.

30 meter lange trucks

We hebben gigantisch genoten van dit land en dan doelen we in het bijzonder op de inwoners. Hun openheid en vrolijkheid hebben onze ogen geopend. Het is altijd moeilijk oordelen vanuit een vakantiesituatie, maar Zuid-Brazilië voelt als een plek waar we zouden kunnen wonen.

Een ding is zeker, we komen terug! Is het niet voor de dingen die we allemaal níet gezien en gedaan hebben (naar een sambaschool, capoeira zien, snorkelen in Bonito, naar de Amazone, Salvador, (wind)surfen aan de prachtige stranden, Carnaval, Oud & Nieuw, een voetbalwedstrijd bijwonen), dan is het zeker voor de mensen!

Sorry dat het weer zo’n grote lap tekst is geworden, het zal inmiddels wel zijn gaan wennen.. 😉

Van Santiago naar woestijn woestenij

Op dinsdag 2 oktober komen we met Felipe overeen dat we zijn auto gaan kopen. Pas op donderdag heeft hij tijd voor de daadwerkelijke overdracht. Woensdag besteden we daarom aan het aanschaffen van nog meer noodzakelijke campingspullen en op donderdagochtend ontmoeten we Felipe om 10.00 bij zijn werk in het zakendistrict Las Condes. We moeten samen naar de notaris waar een overeenkomst wordt opgemaakt tussen koper en verkoper, zoals dat gebruikelijk is in Chili. Vervolgens gaan we samen naar een bank om de betaling aan de notaris te doen en daarna weer terug naar de notaris voor het tekenen van de overeenkomst. In Chili ondertekent men alle officiële documenten niet alleen met zijn handtekening, maar ook met een vingerafdruk. Toen Felipe onze verbaasde blikken zag vroeg hij of dat in Nederland dan niet zo ging. Nee, eigenlijk hoef je dat bij ons alleen maar als je verdachte bent van een strafbaar feit! En trouwens ook voor het aanmaken van een paspoort, maar daar dachten we later pas aan.

Dick is nu eigenaar van de auto geworden, alleen moeten we nog wachten tot de overeenkomst is ingeschreven in de Chileense archieven, dan is het formeel. Daar gaat een weekje overheen, dus volgende week woensdag moeten we terug naar Santiago om de eigendomsakte op te halen. Klein dompertje, maar dan blijven we voorlopig dus nog maar even in de buurt van Santiago.

Na de notaris gaan we naar de bank van Felipe om de koopsom (die we in de afgelopen week met veel gedoe bij pinautomaten en met onze creditcards bij banken bij elkaar hebben geschraapt) te laten tellen en te laten storten op zijn rekening. Daarna krijgen we de sleutels en is de auto van ons! We parkeren de auto direct in een garage in de buurt en gaan dan naar een verzekeringskantoor om ‘m voor de komende 5 maanden te laten verzekeren. All risk blijkt onbetaalbaar (eurootje of 1000 en dan zijn inbraak en diefstal nog niet eens meeverzekerd). Zakkenvullers die verzekeraars!!! ;D We houden het daarom bij de verplichte wa-verzekering en zijn blij dat we hier geen omkijken meer naar hebben. Oorspronkelijk was het plan namelijk om per land een nieuwe verzekering af te sluiten, maar dat hoeft nu dus niet meer.

met de vlam in de pijp

Omdat de tomtom Chili op de iPad van Dick het laat afweten navigeren we ‘met behulp van’ de toeristenkaart van Santiago centrum en een kompas (maar eigenlijk meer op goed geluk) door de stad, op weg naar de Easy, een bouwmarkt waar ze naast hout voor het bedframe ook allerlei andere spullen verkopen voor in en om het huis. De aankoop van hout en plastic boxen (check de foto’s om te zien wat we precies bedoelen) is echter nog niet zo makkelijk als we gedacht hadden, zodat ons plan om de volgende dag uit Santiago weg te rijden in rook opgaat. Sterker nog, pas tegen vier uur zitten we uitgehongerd aan een lunch/diner en daarna moeten we alles nog uit gaan meten.

Van internet heeft Dick het idee voor een bedframe voor in de auto. Een Australiër heeft een super handig systeem bedacht om een SUV-model auto als een soort mini-camper te kunnen gebruiken en foto’s van de voortgang van zijn knutselkunsten op internet geplaatst. Dit is wat wij na gaan maken. Verschilletje is alleen dat die Aussie vanuit zijn eigen huis rustig heeft kunnen meten, zagen en timmeren, en wij dit vanuit een parkeergarage in Santiago moeten doen. Anyway, na de lunch gaan we – lichtelijk gehinderd door een after dinnerdipje – gewapend met pen, papier en meetlint aan de slag. Pas bij het meten komen we tot het inzicht dat de hoogte van de staande planken (waarop straks een plank met daarop het matras rust) afhankelijk is van de opbergboxen die we eronder willen plaatsen. En die boxen hebben we nog niet. We kunnen dus nog geen hout laten zagen tot we weten welke boxen het worden (en liefst moeten er natuurlijk zoveel mogelijk in passen, om alle zooi die we verzameld hebben kwijt te kunnen).

De Easy heeft een grote diversiteit aan opbergboxen in haar assortiment, wat de keuze voor ons niet makkelijker maakt. Maar als we staan te meten, rekenen afwegen bedenken we ons nog een grote factor van belang; de hoogte van de auto! Aangezien we in de auto gaan slapen en het niet als een lijkkist moet voelen, mogen de boxen eigenlijk helemaal niet zo hoog zijn. Boven de boxen komt zoals gezegd nog een liggende plank waarop het matras rust en dáár bovenop komen wij te liggen. En hoe dik is een matras eigenlijk? Jeetje, het wordt hoe langer hoe lastiger. Fijn natuurlijk dat we ons dit nu bedenken en niet nadat we een hoop hout op maat hebben laten zagen, maar het is inmiddels al een uurtje of zeven en eigenlijk zitten we er gewoon doorheen voor vandaag.

Natuurlijk zijn we zo verstandig om ons niet door onze vermoeidheid te laten weerhouden en dapper hakken we de noodzakelijke knopen door. Met een beetje geluk zitten we toch een heel end in de goede richting met onze inschatting  en kunnen we morgen nadat de boel in elkaar getimmerd is op pad! We kopen acht opbergboxen, bepalen de maximale hoogte van het nog aan te schaffen matras en laten hout op maat zagen. Daarna kopen we een stuk dunne ondervloerbedekking om ter bescherming in de auto te leggen en nog wat kampeerspullen. Bij al onze aankopen worden we begeleid door Luis, een supervriendelijke medewerker van de Easy, die optreedt als onze vertaler. Wij vertellen hem wat we willen en hij legt het vervolgens in het Spaans uit aan zijn collega’s op de andere afdelingen. Als we alles hebben afgerekend krijgen we een hartelijk afscheid van Luis en zijn e-mailadres in onze handen gedrukt. De foto’s van het eindresultaat heeft hij nog van ons tegoed!

Kitty is weer van de partij!

Onze hostel in Santiago hebben we uitgekozen op de parkeerplaats die er bij zit op een aangrenzende binnentuin en daar starten we de volgende ochtend met timmeren. Door de vermoeiende dag gisteren zijn we veel later opgestaan dan de bedoeling was. Komt nog bij dat we niet bepaald een uitstekende nachtrust hebben gehad. Het hostel wordt bevolkt door een stuk of dertig dove en slechthorende voetballers die mee doen aan een internationeel voetbaltoernooi voor doven. De doven onder hen, daar heb je geen kind aan, maar de slechthorenden zijn te irritant en asociaal voor woorden. Ze schreeuwen alles bij elkaar om zich verstaanbaar te kunnen maken! Verder heeft hier natuurlijk niemand last van..

Al snel in het montageproces komen we er achter dat we toch een paar kleine denkfoutjes hebben gemaakt, waardoor een paar planken te groot zijn voor de constructie. Een stukje erbij zagen kan niet, maar een stukje eraf gelukkig wel en met heel de zooi hout rijden we weer terug naar de Easy. Vandaag kost het ons gelukkig minder tijd dan gisteren om er te komen. Rijden zonder tomtom of wegenkaart in een stad als Santiago is één ding, maar daar komt nog bij dat bijna alle straten in de stad eenrichtingsverkeer zijn. Alsje dus al in staat bent om op gevoel de juiste richting op te rijden (zoals Dick) blijft het een karwei om een straat te vinden waar je in mag. Met de planken in het juiste formaat gaat de klus verder en bouwt Dick een super stellage!

bedframe

piest pesas!

6 oktober

In de middag rijden we nog even langs de Mall del Meuble om een matrasje aan te schaffen. Het wordt een schuimrubberen exemplaar met de breedte van een

koelkassie

twijfelaar. Alle echte boxspring matrassen die we hebben gezien zijn helaas veel te dik (euh.. comfortabel?). Nu zijn we echt helemaal kampeerklaar. Het enige dat niet zo meewerkt is het weer. Het is super koud en vooral ook heel erg nat in Santiago en omstreken. In Valparaiso aan de kust, 130 kilometer verderop is het helaas niet veel beter. Misschien is het in de inde chambre d’hote waar we onze intrek nemen (gerund door een Fransoos uiteraard) nog wel kouder dan erbuiten! Tegen half tien ’s avonds wagen we ons de lange steile weg af naar het centrum, op naar een bord chorillana. Volgens de eigenaar een lokale specialiteit. Het blijkt een enorme berg friet met gebakken uien en wat stukjes vlees en ei er doorheen. Nou niet echt dat je zegt super, vooral niet omdat de dikke frieten vanbinnen niet gaar zijn. Smaakt een beetje naar voorgebakken friet dus, maar het lijkt zo te horen! Het tentje waar we de chorillana eten is wel een belevenis op zich. Overal waar je kijkt zie je vitrinekasten compleet afgeladen met beeldjes, glaasjes, relikwieën en wat je maar kunt bedenken. Bij sommige kasten hangen pasfoto’s van mensen met een wens erbij, bijvoorbeeld om snel een partner te vinden of te genezen van een ziekte.

heuvels net buiten Santiago

de Blauwe is van ons!

Valparaiso is een aardig plaatsje, maar met het baggerweer wagen we ons de volgende dag alleen buiten om boodschappen te doen voor het avondeten, wat we bereiden in de keuken van de chambre d’hote. Dick ligt met een verkoudheid op bed en Charlotte gebruikt de dag om een beetje te skypen met Nederland.

8 oktober

Ondanks dat het weer er niet beter op geworden is, besluiten we toch nog eens verder te gaan kijken. In de buurt van Valparaiso zou een camping moeten zitten in Quilpue, een stadje verderop. Wat we ook proberen, onze tomtom Chili weet ons er niet heen te brengen. De frustratie groeit met de minuut en na anderhalf rondjes rijden in de buurt van waar het zou moeten zijn taaien we af. Zelfs het vinden van de camping had ons eigenlijk niet meer op kunnen vrolijken, aangezien het nogal een beetje een griebus was waar we rondreden. Dat in combinatie met kou en grijze lucht…

We druipen af, terug naar het hostel in Santiago. Een dag te vroeg voor de notaris, maar wie weet hebben we geluk en zijn onze papieren al wel eerder gereed. Terug in het hostel is de groep met Braziliaanse doven en slechthorenden alleen maar groter geworden lijkt het. Voelt heel vertrouwd om weer terug te zijn, dat wel.. 😉

9 oktober

We vragen de jongen achter de receptie van ons hostel om een belletje te doen naar de notaris om te vragen of onze papieren al gereed zijn. Wat blijkt: de papieren zijn verre van gereed, omdat er iets met onze RUT aan de hand zou zijn. De eigendomsoverdracht heeft dus nog steeds niet definitief plaatsgevonden en we krijgen het advies om terug te gaan naar het stadskantoor waar we de RUT in eerste instantie gekregen hebben. Daar aangekomen wordt ons – door de enige medewerker die een beetje Engels spreekt – verteld dat er zeker niets verkeerd is met onze RUT en dat we het beste naar het stadskantoor kunnen gaan waar de overschrijvingen plaatsvinden. Bij dit stadskantoor blijkt de taalbarrière nog groter, want als we eindelijk aan de beurt zijn slagen we er nauwelijks in om met ons zeer beperkte Spaanse vocabulaire uit te leggen wat er aan de hand is. Het meisje achter de balie lijkt – nadat ze van de schrik bekomen is dat ze buitenlanders moet helpen – toch wel te weten wat er moet gebeuren. Als we opgelucht weglopen bij de receptie en op ons gemak het formulier bekijken dat ze ons heeft meegegeven blijkt er toch weinig van te kloppen. Degene van wie wij de auto hebben gekocht staat nu geregistreerd als eigenaar, alsof hij de auto net gekocht heeft van de eigenaar vóór hem! Bovendien hebben we de officiële verkoopovereenkomst niet teruggekregen van het meisje. Terug dus… Het blijkt allemaal heel erg ingewikkeld te zijn en er komt nu een andere dame bij. Uiteindelijk wordt er een nieuw document opgemaakt, waar een fictieve partij in wordt geïntroduceerd van wie wij de auto zouden kopen. Waar dit goed voor is weten we nog steeds niet, maar het kan blijkbaar niet anders. Oja, en over twee weken kunnen we het definitieve eigendomsbewijs op komen halen in Santiago. Pardon!? Dat is echt even heel andere informatie dan we op internet hebben gelezen! Godzijdank kunnen we Ferry’s hulp inschakelen om ons te zijner tijd het document ergens in Noord-Chili toe te sturen per koerier, want nog eens terug naar Santiago willen we echt niet. We willen vooruit! Gelukkig valt er nog genoeg te zien om ons twee weken in Chili te kunnen vermaken, voor we de grens met Bolivia veilig kunnen oversteken.

10 oktober

Als we voor de tweede keer vertrekken uit het hostel verlaten we de stad op een andere plek dan een paar dagen eerder. Het is dus weer een aardig gepuzzel, zeker omdat we geen donder hebben aan de tomtom. Is het wel tomtom Chili eigenlijk, of hebben we per ongeluk Brazilië gekregen ofzo? We geven er de voorkeur aan de autopista (snelweg in Santiago) te vermijden, omdat je daar een soort tol voor moet betalen en speciaal op zoek moet naar een benzinestation waar je die tol kunt betalen. Doe je dit niet, dan mag je voor de rechter uitleggen waarom niet, zo hebben we gehoord. Uiteraard komen we op het allerlaatste moment nog wel op de autopista terecht, maar gelukkig vinden we na wat rondvragen nog het juiste benzinestation. De route leidt vandaag ook weer naar de kust en wel naar Pichidangui, waar volgens onze campinggids een paar campings zouden moeten zitten. Alle drie de campings die we vinden zijn dicht, al behoren ze ook buiten het seizoen open te zijn. Shiiiiittt… moeten we nou meteen de eerste nacht al wildkamperen? Dick vindt het wel gaaf, maar Charlotte zou het fijner vinden als we eerst een nachtje konden testkamperen op een echte camping. Er lijkt toch niets anders op te zitten en we kiezen een plekje bij de ingang van een camping, dat niet te zien is vanaf de weg. Bovendien kunnen we daar water aftappen voor in onze waterton om te kunnen koken e.d. We haasten ons naar de minimarkt in het dorpje waar we boodschappen voor het avondeten inkopen en gaan dan nog langs een benzinepomp om een jerrycan te kopen en deze te laten vullen. Onze reservebrandstof hebben we nu in ieder geval alvast, maar voor dit moment belangrijker nog: brandstof om mee te koken op onze multifuel brander. Als we terug zijn op de ‘campingspot’ valt de schemer al wanneer Charlotte alles klaar zet om te koken en Dick de gebruikaanwijzing van de brander begint te lezen. Máár: net voor het echt donker is, is ons eerste campingmaaltje klaar! Het stelt niets voor bij gebrek aan tijd en aan verse producten in de minimarkt, maar de aardappelpuree met erwtjes en worst is warm en voedzaam. Voor nu is dat even het belangrijkste criterium. 🙂

Costa Negra, Pichidangui

Al een tijdje houdt een grote herdershond ons gezelschap. Of bewaakt hij ons soms? Als we de laatste happen van ons prakkie naar binnen werken en nog maar eens een wijntje inschenken komt het antwoord. De campingbewaker wandelt langs en legt in het Spaans uit dat de andere ingang van de camping een eindje verderop is en dat we dus gewoon op de camping kunnen staan. Het is in ieder geval niet de bedoeling dat we hier wildkamperen. O, dat hadden we niet in de gaten. Na betaling van 10.000 pesos (zo’n 20 US dollar, wat een heel gangbaar tarief in het laagseizoen blijkt te zijn) installeren we ons alsnog op de van god verlaten camping en maken we ons klaar voor de eerste nacht.

Het slaapcomfort in onze ‘Blauwe’ valt ons alles mee, ware het niet dat we werkelijk de hele nacht om de haverklap gewekt worden door muggen. Met behulp van de zaklamp weten we er zeker 15 te traceren en dood te meppen, maar je wordt toch een beetje gebroken wakker na zo’n nachtje. Hoe de krengen binnenkomen ontdekken we niet. Misschien door de luchtroosters? Of kunnen ze zich echt naar binnen wurmen door het kleine streepje open raam? We zullen het morgennacht weer wel zien!

11 oktober

Na nog wat van de mooie kustlijn genoten te hebben vervolgen we onze weg richting de eindbestemming van vandaag: Tongoy aan de Costa Negra. De camping die we hier na een paar rondjes cruisen vinden is ook op één stelletje na leeg. We vinden het niet erg, want op deze manier hebben we alle ruimte om de volgende dag de wagen eens even helemaal uit te pakken en opnieuw goed in te laden. We maken ook meteen van de gelegenheid gebruik om wat foto’s te maken van het bedframe, zodat we die straks kunnen gebruiken voor de verkoopadvertentie. Met het te koop zetten van de auto willen we niet te lang wachten, omdat we ‘m het liefst verkopen aan andere reizigers, met alles erop en eraan. Zoals ook wij deden kijken de meeste overlanders al een half jaar van tevoren of ze op een bepaalde tijd en in een bepaalde regio een auto kunnen overnemen.

even opnieuw inruimen

Eindelijk kunnen de dikke kleren weer eens een keertje uit en genieten we van een voorzichtig voorjaarszonnetje (waar je stiekem toch een hele rooie kop van kunt krijgen als je niet oppast 😉

13 oktober

Vandaag is Dick jarig – hoe zou je zoiets toch kunnen vergeten!! – en na het ontbijt laden we de boel weer in en vervolgen we onze trip over een prachtige route naar de Valle del Elqui. De weg leidt ons door droge valleien, nu eens over asfalt, dan weer over zandwegen. De streek staat bekend om haar fruit, de productie van Pisco – een Chileens (en Peruaans) drankje – en de helderste nachten van het zuidelijk halfrond. De droogtes in het landschap worden soms dus afgewisseld door grote wijngaarden of sinsaasappelbomen.

het feestvarken

in de Valle del Elqui

We eindigen op een prachtige boerencamping met uitzicht op de bergen. Ook op deze camping zijn we weer de enigen. Een landarbeider die we onderweg op het doodlopende pad naar de camping passeren komt na een minuut of tien het toegangshek voor ons openmaken en weer een kwartiertje later volgt de eigenaar; een oude baas met een verweerde kop. Hij ziet er uit als een boer die goed geboerd heeft. Terwijl Charlotte een extra lekker diner in elkaar bouwt voor Dick z’n cumpleaños, stookt hij voor ons een houtvuur op onder een grote waterketel, zodat we straks lekker warm kunnen douchen. Na deze goddelijke douche genieten we van weer een lekker flesje wijn – misschien niet zo’n hele goede gewoonte; een fles wijn per dag met 0 lichaamsbeweging, dit gaat echt de verkeerde kant op! – en onder een indrukwekkende sterrenhemel brengt Dick Charlotte de fijne kneepjes van het schaakspel bij.

een hele ketel vol met warm douchewater

14 oktober

We hebben maar een heel kort ritje te gaan van minder dan 50 kilometer, maar vanwege het slechte en zeer steile wegdek en de stops die we maken, zijn we toch 3 uur onderweg naar Vicuna. Ook deze rit is weer genieten geblazen. We doen uitgebreid boodschappen bij een échte supermarkt en installeren ons daarna op de camping van het stadje. Met een Frans meisje dat ook op ons veld staat doen we ’s avonds nog een paar drankjes in het stadje en rond elf uur bezoeken we Observatorio Mamalluca, een sterrenwacht in de bergen bij Vicuna.

oasestadje Vicuna

Om sterren te kijken moet het zo donker mogelijk zijn, dus in de wijde omtrek van de sterrenwacht is er geen lichtje te bekennen. De enige verlichting die er is, zijn kleine gekleurde led(?)lampjes, zodat je je nek niet breekt als je er rondloopt . We horen dat we een uitstekende dag hebben uitgekozen om sterren te komen kijken, want het is nieuwe maan. Geen maan dus. Wanneer de maan er wel is zorgt deze voor een flinke bak licht, die het zicht op de sterren belemmert.

Observatorio Mamalluca

De toer start in één van de gebouwen met een koepelvormig dak dat 360 graden rond kan draaien en waar een enorme telescoop in opgesteld staat. De gids geeft ons bergen met informatie over de sterren die we zien, de melkweg (die er met het blote oog uitziet als een flard lichte bewolking en ongeveer 400 miljard sterren bevat) en het heelal (dat weer talloze sterrenstelsels bevat) en al snel duizelt het ons van alle indrukwekkende getallen die we horen. Als we ons proberen voor te stellen hoe groot het heelal is en dat het ook nog eens groeit worden we bijna gek, dus daar stoppen we maar snel mee.

We leren de verschillende sterrenbeelden in de lucht te herkennen, die de gids met een sterke laserstraal in de lucht aan ons aanwijst en met behulp van een informatief filmpje leren we navigeren op de sterren op het zuidelijk halfrond. Daar gaat het anders dan op het noordelijk halfrond waar je gebruik kunt maken van de poolster. Rond een uur of twee ’s nachts stappen we tot op het bot verkleumd ons bedje in en helaas krijgen we het de rest van de nacht ook niet warm meer. Pas als ’s ochtends de zon op de auto staat warmen we weer een beetje op. Daags erna houden we een zondags dagje. Charlotte doet de was, we lezen wat en steken aan het einde van de middag gezellig de barbecue aan. Zo koud als het ’s nachts is, zo heerlijk is het overdag. We beginnen echt richting woestijnklimaat te komen, merken we wel.

geen idee waarom die Chilenen ons steeds uitlachen

16 oktober

Wat een rit had moeten zijn van 60 kilometer naar Coquimbo/La Serena, eindigt in de plaats Vallenar, een heel eind (322 kilometer) verderop. Eenmaal aangekomen in La Serena blijkt niet één van de in onze reisgids aangegeven campings (oké, het is er wel eentje uit 2007) nog te bestaan. Overal zijn hotels, appartementen en vooral cabana’s gebouwd. Leuk natuurlijk, maar dat past nu even niet in ons budget. We rijden er tig rondjes (sommige stukken zien we echt voor de 7e keer) en aan het einde van het liedje besluiten we maar door te rijden naar een volgende plaats, waar volgens onze campinggids (jaargang 2012) een camping zou moeten zitten. Tegen beter weten in nemen we in de buurt van Vallenar toch maar weer eens de tomtom in gebruik. Hij zal toch wel iets herkennen? Al bij de afslag op  de snelweg gaat het mis. Waar met koeienletters ‘afslag Vallenar’ staat stuurt de tomtom ons verder rechtdoor. Dick volgt de aanwijzingen om er – samen met de tomtom –  al heel snel achter te komen dat we er toch echt hadden af gemoeten bij dat grote bord. Ook in Vallenar is het weer niks. De Belgische stem stuurt ons linksaf, daar waar een enorme rotswand staat, stuurt ons de spoorrails OP, stuurt ons as usual allerlei straten in waar je helemaal niet in mag en herkent uiteraard het adres van de plaats van bestemming ook helemaal niet. Echt om een punthoofd van te krijgen! De zon zakt aardig rap en over een uur of anderhalf is het pikkedonker en we moeten ook nog koken. In ons beste Spaans vragen we de weg (een keer of tien) en iedere keer komen we een beetje dichter bij de plaats van bestemming. Uiteindelijk is het nog best ver rijden naar de camping, maar een van de laatste personen die we spreken zegt dat de camping erg ‘linda’  is, wat mooi betekent in het Spaans. Wij zijn het daar toch niet zo mee eens. De zanderige plekjes van de camping zijn allleen maar ingesteld op tentjes, zodat wij met de auto niet verder komen dan de parkeerplaats. Daar mogen we voor 20 dollar per nacht wel staan, naast het gammele toiletgebouw. Nou…. nee! Dan zal dit onze eerste wildkampeerervaring gaan worden…

eerste keer wildkamperen, stuwdam Santa Juana

Een kilometer of vijf verder parkeren we de wagen op een veilige plek bij de Santa Juana stuwdam en daar brengen we een heerlijk rustige (en gratis!) nacht door. Tomtom kan nog een gepeperd mailtje van ons verwachten…

17 oktober

kamperen in Llanos de Challe

Na het ontbijt kachelen we gauw door naar Parque Nacional Llanos de Challe. Een mooi natuurpark met een bijzondere ligging aan zee. Hoe het precies zit weten we niet, maar als gevolg van de ligging is in het park eens in de zoveel jaar de ‘desierto florido’ te zien. Heel het woestijngebied achter de bergen staat dan in bloei. Volgens de folder zou dat moeten gebeuren precies in de periode dat wij er zijn, maar van de Park ranger begrijpen we uit zijn vlotte Spaans toch dat het niet de juiste periode is. Het gebeurt alleen als gevolg van El Niño. De camping is geweldig. Dit is kamperen met een hoofdletter K! Vóór je een wijds uitzicht op de woeste zee met haar rotskust, achter je de benevelde bergen van het Parque Nacional en overal om je heen brutale vogeltjes, die zelfs IN de auto kijken wat er te snaaien valt. We kamperen bij wat lijkt op een grote berg reusachtige kiezels en voelen ons net de Flintstones.

zorro culpeo

De volgende dag gaan we er met de auto op uit en rijden naar een punt middenin het Park, van waaruit we een wandeling maken. De wandeling valt een beetje tegen, omdat we al lopende niet veel anders zien dan wanneer we er met de auto rijden. Desondanks is de tocht geslaagd, want onderweg zien we vanuit de auto een prachtige vos de weg oversteken. Volgens ons boekje een zorro culpeo op strooptocht. Bij terugkomst op de camping zien we dat we niet meer de enige kampeerders zijn. We hebben gezelschap gekregen van een Zwitsers echtpaar van boven de 50 en het zijn… fietsers! Charlotte komt de vrouw (Rita) tegen bij het toiletgebouwtje en nodigt haar uit voor een drankje. Na het eten willen ze wel even komen.

guanaco (?)

Parque Nacional Llanos de Challe

Als wij bijna klaar zijn met wederom een luxe driegangen campingmaaltje komen de Zwiters aangewandeld. We hebben honderduizend vragen voor ze en onze bewondering voor hun prestaties groeit met de minuut. Fietsen in Zuid-Oost Azië is namelijk echt appeltje eitje in vergelijking met fietsen in de woestijnen en de hooggebergtes van Chili en Argentinië, zoals Rita en Werner doen. Waar wij bijna overal op onze reis gemakkelijk een hotelletje met een ‘zacht’ bed en stromend (warm) water konden vinden, zetten zij iedere dag hun tentje ergens op. Wildkamperen, dus geen warme douche en daarna ook niet lekker het dorpje/stadje in voor een uitgebreide rijsttafel. Als we vragen op wat voor brandstof ze koken, kunnen we het antwoord bijna niet geloven. Ze koken niet, want om te koken heb je veel water nodig en dat kunnen ze maar beperkt meenemen. Ze moeten vanwege de grote afstanden in dunbevolkte gebieden steeds voorbereid zijn op maximaal 3 dagen zonder de mogelijkheid om water te kopen. Omdat ze geen 12 liter de man weg willen trappen (ieder van hen had een karretje achter de fiets hangen) gebruiken ze slechts 2,5 liter per persoon per dag. Die 2,5 liter is om te drinken, maar ook om zich te wassen, af te wassen etc.! Hun avondeten vandaag was een peer met een tomaat en brood en de volgende dag zouden ze mosseltjes uit blik (weer eens wat anders dan tonijn) met brood eten. Unbelievable!!! Heel veel respect voor zo’n spartaanse manier van reizen (dan hebben we het nog niet eens over de kou, de harde tegenwind en het rijden boven de 4000/5000 meter hoogte), maar voor ons zou de lol er op deze manier wel een beetje af zijn. Zeker als de beloning (die wij altijd vonden in een smaakvolle verse maaltijd en een lekkere douche) er zelden zijn. Dit kan toch ook niet gezond zijn? We stonden er op dat ze de reep chocolade die we serveerden bij de koffie (drinken ze onderweg dus ook niet) helemaal opaten 🙂

Zwitserse fietsers in Llanos de Challe

18 oktober

Met een motto dat luidt: ik sta pas op als de zon schijnt kan het soms lang duren aan de kust van Noord-Chili voor je je bed uitrolt, dus toen we zagen dat onze Zwitserse bikkels ondanks de miezer al heel hun hebben en houden hadden ingepakt, werd het toch wel tijd om er uit te komen. Na het afscheid en het ontbijt (ons ontbijt alleen al bevat meer calorieën dan al hun maaltijden op een dag tezamen, maar nu echt genoeg daarover) maken we nog een informatieve, door de rangers uitgezette hike in de bergen en gaan er dan vandoor.

bloeiende cacti

We rijden naar het plaatsje Bahia Inglesa, ook weer aan de kust. Onderweg maken we in Copiapo een pittstop om op een pompstation een warme douche te nemen en boodschappen te doen, zodat we op de camping meteen kunnen gaan koken. We twijfelen of we überhaupt wel op een camping moeten gaan staan. Het verschil in Chili tussen wildkamperen en een camping is regelmatig alleen het geld dat je voor de laatste betaalt. Je staat altijd op zand (als je een beetje pech hebt tussen de hondendrollen), hebt nooit water op je plek en zelden electriciteit, en het sanitair met koude douches staat meestal op instorten en is vies.

tres windy vandaag

Toch kiezen we voor een camping. Het waait zo verschrikkelijk hard dat we zeker weten dat we de barbecue en het brandertje op het open strand niet aan het branden krijgen. Zelfs op de camping met wat beschutting is het nog lastig. De groentes waaien van de snijplank af, zo hard waait het. Als we de zon achter de horizon hebben zien verdwijnen duiken we direct daarna de koffer(bak) 😉 in.

20 oktober

Verder naar het noorden. Onderweg wordt het landschap steeds grimmiger en indrukwekkender. Je waant je veilig in het koekblik waarin je rijdt, maar o wee als je daar buiten komt. Om je heen is alleen maar stof, bergen van zand en rotsen en de weg voor je. Geen bomen en struiken, geen bebouwing, slechts af en toe een vogel en de kruizen langs de kant van de weg ter nagedachtenis aan omgekomen chauffeurs en mijnwerkers. Wat een woestenij!

camping in Pan de Azucar

Isla Pan de Azucar

Na de middag naderen we het volgende Parque Nacional dat we zullen bezoeken: Pan de Azucar. De weg draait van de ene naar de andere baai en brengt ons naar een hele grote baai waar de Conaf (parkrangers) en een paar campings zijn gevestigd. We settelen ons op de drukste camping (die met nog 2 stelletjes) die ook de beste voorzieningen lijkt te hebben. Onze camping ligt pal tegenover het Isla Pan de Azucar, waar zeeleeuwen en pinguïns zouden moeten zitten. Maar hoe we ook speuren met ons verrekijkertje, meer dan ‘bewegende rotsen’ (“ja! Daar zit er eentje! Onee, toch niet…”) zien we niet.

de benen van Charlotte

wandelen in Pan de Azucar

We vinden het super leuk om voor het eerst tijdens onze reis andere overlanders (want zo heten wij tegenwoordig officieel 🙂 ) tegen te komen. Eerst een bejaard Nederlands echtpaar dat al jaren in campers de wereld over reist en de volgende dag Alex en Masha, uit Duitsland respectievelijk Rusland, die net als wij in een tot mini-camper omgebouwde Toyota Landcruiser (wij 4Runner) rondkarren. Twee jaar geleden zijn ze in The States gestart om nu door Zuid-Amerika rond te trekken, op zoek naar goede locaties om te golfsurfen. Van dit laatste stel krijgen we tal van goede adresjes en tips over reizen in Boliva. We kunnen ook hun wegenkaart van Boliva overnemen waar we heel blij mee mogen zijn, want in tegenstelling tot wat wij dachten is daar in Bolivia niet aan te komen. In de middag maken we een wandeling van een paar uur door de woestijn en lopen we langs de kust weer terug naar de camping, waar het vervolgens weer tijd is om te eten.

de campingvos

onderweg in Parque Nacional Pan de Azucar

22 oktober

Een rit van 394 kilometer brengt ons in Antofagasta. In de gids omschreven als ‘de parel van het noorden’, maar wij vinden er geen klap aan. Een camping vinden we er niet en omdat het een grote stad is willen we er ook niet wildkamperen. We checken daarom in in een goedkoop hostelletje en eten ’s avonds een hapje in de stad. De volgende dag snel door naar Calama, een tussenstop op onze route naar San Pedro de Atacama. Op de camping die we daar vinden zijn we weer de enige toeristen. De voorzieningen hier zijn wel wat beter. Er is warm water (eigenlijk is het kokend heet en als je er koud water bij wilt mengen stopt de warm water toevoer, maar toch..) en internet en zelfs een zwembad waar we aan kunnen liggen. Heel schattig: ter ere van ons bezoek hijst de campingeigenaar de Nederlandse vlag naast een groot exemplaar van de Chileense. Hij hangt eerst wel ondersteboven, maar het idee is super leuk. Hoeveel vlaggen zou die beste man in de kast hebben liggen?

zo moet ie ja

we zien de Andes!

24 oktober

Gauw door naar San Pedro. Het is nog maar een ritje van 114 kilometer naar het oasestadje in de woestijn. Het laatste stuk is een steile afdaling, waarbij we om ons heen de besneeuwde toppen van de Andes zien liggen, waaronder een groot aantal vulkanen. Erg indrukwekkend! We leren ook meteen hoe belangrijk het is om de auto handmatig terug te schakelen naar een lage versnelling zodat ‘ie meer afremt op de motor, want als je gewoon op de automaat blijft rijden moet er veel bijgeremd worden en dat vraagt nogal wat van de remmen ruiken we. In San Pedro checken we in op camping Los Perales. Een nogal shabby gebeuren dat meer lijkt op de achtertuin van een woonwagenkamp, compleet met afval in olievaten, schroot en honden en katten die overal tegenaan pissen. We zullen het eens aankijken voor een nachtje.

eu eu poesje, afblijven met je pusoog

San Pedro is een enorm belangrijke toeristische trekpleister in het noorden. Het complete centrum is ingesteld op toeristen, want in ieder pandje zit een reisbureau, restaurant of souvenirshop.  Het stadje leent zich uitstekend als uitvalsbasis om trips te maken naar het omliggende natuurschoon, wat de aanwezige toeristen dan ook en masse doen. Toch is het eigenlijk meer een dorp, want een echte supermarkt is er bijvoorbeeld niet. Wat zijn we stom geweest dat we in Calama niet even flink hebben geshopt, want nu moeten we onze boodschappen doen bij een van de vele mini-markets met hun beperkte assortimentjes tegen aanzienlijk hogere prijzen. Nouja, no problema.

Onze eerste nacht op de camping bevalt prima. Wat het vooral zo leuk maakt is dat er een ‘keukentje’ is (een golfplaten hokje met een koelkast, een gasfornuis en een campingtafel met daaroverheen een morsig douchegordijn als tafelkleed) dat functioneert als de centrale onmoetingsplek.  Het doet een beetje denken aan een studentenhuis, heel gezellig. Op de camping staat een Engels stel dat al 2,5 jaar met een zelfgebouwde Jeep met daktent over de wereld trekt. Zij zijn in San Pedro gestrand omdat ze wachten op onderdelen voor hun kapotte auto. Een ander Brits stel van onze leeftijd rijdt al 1,5 jaar met een gigantische lichtblauwe tot camper omgebouwde vrachtwagen door Noord- en Zuid-Amerika. Erg leuk gezelschap en wat steken we veel op van de verhalen van deze mensen! We blijven hier voorlopig toch maar lekker rondhangen. Er is genoeg te zien en te doen en bovendien hebben we nog geen nieuws vanuit Santiago, waaruit we kunnen concluderen dat de eigendomspapieren van de auto nog steeds niet binnen zijn.

charming, midden op straat in San Pedro

Uiteindelijk blijven we zes nachten staan op de camping. We brengen veel tijd door op de camping met… ja, met wat eigenlijk? Voor je het weet is er weer een dag voorbij en vraag je je af wat je nou eigenlijk gedaan hebt. Volgens de andere overlanders een bekend fenomeen.

De campingeigenaar (hij doet ons erg denken aan André Hazes, met zijn stevige postuur, bakkebaarden en hoed) zien we iedere dag wel een keer voorbij lopen waarbij hij iets vrolijks naar ons roept wat we niet verstaan. Zijn broer/neef/zoon/huisgenoot is meer het type kampsjaak met een krullende mat in zijn nek waar menig zigeuner jaloers op zou zijn. Hij lijkt verantwoordelijk voor de ‘administratie’. Uiteraard hebben we netjes betaald voor iedere nacht van ons verblijf, maar we hebben het vermoeden dat we met drie betalingen ook waren weggekomen. De schoonmaker van het sanitair annex kunstschilder woont in een tentje op de camping en knarst om de twee seconden zo hard met zijn tanden dat je het op een afstand van twintig meter (niet overdreven!) kunt horen. Het is een zonderling figuur dat er ook een handje van heeft om regelmatig de deur van de gezamenlijke koelkast open te trekken om het assortiment van de dag te bekijken. Als Charlotte hem ziet drinken uit onze fles bronwater is het de laatste keer dat de we onze spullen in de koelkast gezet hebben. Wat een wanorde en wat een mooie figuren.

te voet naar Valle de la Luna

Gelukkig gaan we er ook wel op uit. De eerste keer maken we een wandeling die in onze gids op zeer summiere wijze beschreven staat. We zouden een uitzichtspunt moeten bereiken van waar we over de Valle de la Luna uitkijken, maar dat halen we niet. Wandelen door mul zand in de fikkende zon valt ook best tegen en bij thuiskomst weten we niet hoe snel we moeten checken hoe hoog San Pedro eigenlijk ligt. Toch al op 2500 meter blijkt, dus dat verklaart onze kortademigheid die gelukkig dus niets te maken heeft met onze achteruithollende conditie 🙂

gangenstelsel als gevolg van erosie

amfitheater, Valle de la Luna

De tweede onderneming slaagt al beter. We rijden met de auto naar de Valle de la Luna (Vallei van de maan) op de dag dat de vader van Charlotte zijn nieuwe hondje ‘Luna’ krijgt. Hoe toevallig hè? We arriveren er aan het eind

zandduin Valle de la Luna

van de middag omdat het licht dan het mooiste is en de zonsondergang er helemaal fenomenaal schijnt te zijn. In de vallei zijn verschilllende plekken die de moeite waard zijn om te stoppen voor een nader kijkje. We stoppen eerst op een plek waar je een – op sommige momenten benauwde – wandeling kunt maken onder een rotsmassief door. Jarenlange erosie door water en wind hebben ervoor gezorgd dat er onder de rotsen een soepel welvende gang is  ontstaan waar je je in het pikkedonker een weg doorheen kunt banen. Erg indrukwekkend, maar je moet wel tegen donkere krappe ruimtes kunnen!

Tres Marias

De Tres Marias aan het einde van het Park zijn drie – wederom door erosie ontstane – ‘beelden’ die in het gelovige Chili dus de drie Maria’s worden genoemd. In China zouden ze vast en zeker de drie draken heten en in Thailand de drie boeddha’s of iets dergelijks, oftewel: het leek nergens op maar het is wel bijzonder hoe zoiets door louter natuurlijke invloeden kan ontstaan.

De Valle de la Luna dankt haar naam aan het sterk op de maan lijkende landschap en is één van de droogste plekken op aarde. Op sommige plekken is in de afgelopen eeuwen geen drupje regen gevallen en grote delen van de vallei zijn bedekt met zout, wat het geheel een aanblik geeft of er een laagje poedersuiker overheen ligt. Levende wezens zijn er niet, afgezien van de hordes toeristen die er dagelijks een kijkje komen nemen natuurlijk.

Valle de la Luna

Valle de la Luna II

Leuk weetje: in 2004 heeft NASA een prototype van de Mars rover, het wagentje dat gebruikt zou worden voor een expeditie naar de rode planeet,  getest in de Maanvallei omdat het landschap nergens ter wereld zo overeenkomt met dat op de maan en op Mars.

Valle de la Luna III

Valle de la Luna IV

De laatste uren in het licht wandelen we over een bergkam, van waaruit we een perfect uizicht hebben over een enorme zandduin (zoals je ze verwacht in ‘de woestijn’!), een rotspartij die het amfitheater wordt genoemd en de mooie bergen die ons omringen. Het is een genot om de tijd uit te zitten tot aan de zonsondergang, die op zichzelf juist een beetje tegenvalt vergeleken met al het moois dat we hebben gezien.

Valle de la Luna VI

Valle de la Luna V

De derde en laatste trip die we ondernemen vanuit San Pedro gaat naar de Laguna Cejar. We boeken een toertje, omdat het volgens onze reisgids onverantwoord is om er met eigen vervoer heen te gaan vanwege alle tracks die er lopen, waardoor je gemakkelijk zou kunnen verdwalen. Ook dit blijkt verouderde informatie, want je kunt de knaloranje bordjes die bij iedere afslag staan haast onmogelijk missen en anders kun je wel achter de rest van de toerbusjes aanrijden! Jammer van het geld dat we hiervoor betaald hebben; gelukkig is het inclusief drank en hapjes 🙂

Laguna de Cejar

De Laguna is een diep meer in de Salar de Atacama waarvan het water 40% zout bevat. Als je erin zwemt blijf je dus heel gemakkelijk drijven, net als in de Dode Zee. Omdat we pas op het aller- allerlaatste moment besloten hadden dat we dit toertje zouden gaan doen (bij Charlotte was het aan het begin van de middag plotseling in haar onderrug geschoten en we wilden even afwachten hoe het later zou gaan) hadden we geen zwemkleding aangetrokken. Nu konden we dus alleen maar kijken hoe anderen in het ijskoude water ronddobberden. Gelukkig komen we in Bolivia ook nog wel zoutmeren tegen – waarschijnlijk wel nóg kouder dan hier – dus onze kans op zo’n ervaring komt nog wel.

respect voor pachamama

Salar de Atacama

Na het zoutmeer rijden we in een half uurtje verder naar de Ojos del Salar, twee enorme op kraterinslagen lijkende gaten in de woestijn die vooral vanuit de lucht (een helicopter dus) een spectaculair aanzicht geven. Omdat we geen helicopter bij de hand hadden bleef het bij twee grote gaten in de grond, gevuld met zoet water. Alle bikkels die het zout van zich af wilden spoelen maken een duik en na een half uurtje gaan we door naar de laatste bestemming van de tour, de Laguna Tebinquinche. Bij dit meer, dat uitkijkt op het hooggebergte met onder meer de bijna zes kilometer hoge vulkaan ‘Licancabur’, was het een prachtig gezicht omdat achter ons de zon naar de horizon zakte en haar mooie avondlicht over het meer en de bergen uitwaaierde. Net op het moment dat het licht op z’n allermooist was zagen we onze bus vertrekken. Het zal waarschijnlijk een geintje van de gids zijn geweest, want twee lege plekken in een volle bus kun je niet makkelijk over het hoofd zien, maar we vonden het jammer dat we moesten gaan. Op zulke momenten realiseer  je je wel hoe fijn het is om met eigen vervoer te reizen en altijd eigen baas te zijn. Gaaf om te zien – al was het dan vanuit de bus – was vervolgens de maansopkomst, pal tegenover de zon. Keek je naar rechts, dan zag je de volle maan en keek je naar links dan zag je de laatste gloed van de zon achter de bergen zakken.

 

Laguna Tebinquinche

Laguna Tebinquinche II

Op onze laatste dag in San Pedro brengen we heel de ochtend door met een stel Amerikanen en een Zuid-Afrikaan die met z’n drieën al anderhalf jaar onderweg zijn in een…. Toyota 4runner! Dick krijgt een aantal goede onderhoudstips voor de auto en ze doen ons twee jerrycans cadeau, plus een heel pakket met routekaarten, adressen e.d. voor Bolivia. Colombia staat van de zestien landen waar ze tot nu toe met hun auto doorheen zijn gereisd met stip op nummer één, dus ook daar zijn we reuze benieuwd naar, ook al gaan we daar straks backpackend doorheen trekken.

Laguna Tebinquinche IV

Laguna Tebinquinche III

Laat in de middag vertrekken we vanuit San Pedro in de richting van de El Tatio geisers. Omdat dit natuurfenomeen op 4300 meter hoogte ligt lijkt het ons verstandig om ergens rond de 3500 meter de nacht door te brengen, zodat we kunnen acclimatiseren en de kans op hoogteziekte het kleinst is. Bijkomend voordeel van weer eens wildkamperen is dat we mooi het geld van een overnachting uitsparen. We hebben in San Pedro de achterstand in de financiën bijgewerkt en zijn best wel geschrokken van onze uitgaven van de de afgelopen paar maanden, dus wanneer we kunnen zullen we moeten beknibbelen.

Atacamawoestijn

Omdat we geen hoogtemeter hebben schatten we aan de hand van een plaatstje dat we naderen de hoogte waarop we ons bevinden en parkeren we de wagen op een mooi en veilig plekje. Als we de klapstoelen en een fles wijn uitladen om nog lekker een uurtje te genieten van de laatste zonnestralen over de bergen, merkt Dick dat het matras nat is. De waterton met tapwater die we bij ons hebben ligt tijdens het rijden altijd op het matras. Dat is tot nog toe altijd goed gegaan maar blijkbaar is ‘ie nu lek… We zetten het matras rechtop tegen de auto en laten het in de laatste zonnestralen droogwapperen in de wind, samen met de andere spullen die nat zijn geworden (zoals de slaapzak van Charlotte). We moeten alles echt zo droog mogelijk zien te krijgen, want op deze hoogte is het ’s nachts zeker een paar graden onder 0 en als je dan ook nog op een klam matras ligt… Gelukkig hebben we het plastic dat bij de aanschaf om het matras heen zat bewaard en kunnenwe dat er omheen doen, zodat het nog aanwezige vocht niet rechtstreeks door het hoeslaken en onze slaapzakken heen trekt.

ja die muts was nodig

Tegen de tijd dat de zon onder gaat zit alles weer in de auto en stappen wij ons bed in. Het is pas acht uur, maar om vier uur vannacht zal de wekker gaan, dus nog even lezen en dan lekker slapen. Tegen elf uur schrikken we wakker van een geluid. Huh, is het nu al vier uur ‘s ochtends? Het lijkt wel een sirene! En we zien ook een zwaailicht… We hebben politie op bezoek. Er wordt geïnformeerd wat we hier aan het doen zijn en op het antwoord dat we hier overnachten om morgen vroeg naar de El Tatio Geisers te kunnen gaan wordt goedkeurend gebromd. Weg zijn ze weer, ons achterlatend met koude voeten in onze klamme slaapzakken…

We hebben een redelijk nachtje achter de rug en na het ontbijt vertrekken we rond kwart voor vijf naar de geisers. Het is nog zo’n 75 kilometer rijden en van andere overlanders die er geweest zijn hoorden we dat de weg prima is, op de laatste vijftien kilometer na. Dat blijkt, want gehutst en geklutst komen we om goed zes uur aan. Het is nog steeds donker als we het parkeerterrein bij de geisers op komen en we zien dat we de allereerste bezoekers zijn. Vet!! Dat geeft ons de gelegenheid om bij de grootste geiser, die net een beetje op gang begint te komen, ‘fotokes te trekken’ zonder andere toeristen erop. Sowieso is het een mysterieus gezicht om in de startende ochtendschemer al die stoomwolken links en rechts uit de grond te zien komen.

El Tatio Geisers

ochtendlicht El Tatio Geisers II

ochtendlicht El Tatio geisers

 

 

 

 

 

Met meer dan tachtig actieve geisers is El Tatio een van de grootste geothermische gebieden van de wereld. De uitbarstingen van de geisers zijn niet spectaculair in hoogte, maar hun stoomkolommen komen wel meters hoog en het is gewoon prachtig om al die stoomwolken in de ijskoude ochtendlucht omhoog te zien spuiten! Kijk maar naar de foto’s..

 

El Tatio geisers (zwart wit II)

 

El Tatio geisers (zwart wit)

Terug bij de auto ontdekken we dat er een groen ijspegeltje onder de motorkap hangt. Het is koelvloeistof die uit het reservoir gelekt is. Heel gebruikelijk op deze hoogte, horen we van een gids. Heeft te maken met het verschil in druk. Op zijn aanraden gooien we er wat water bij en als we het in de gaten houden kan er weinig mis gaan. Als we uitgekeken en –gegeten zijn (de toertjes zijn inclusief ‘ontbijt’ en we zien links en rechts toeristen jaloers naar onze boterhammetjes met kaas en jam kijken terwijl ze knabbelen van hun thee met koekjes of chips (!)), gaan we weer op pad. We gaan weer terug naar de kust, maar niet in één keer, we maken een pittstop in Calama omdat het anders een te grote afstand is. In Calama logeren we weer op de camping waar de Nederlandse vlag gehesen wordt en hebben we nog de hele middag om te chillen bij het zwembad en weer eens gebruik te maken van goed internet.

Een dag later, als we een goede automonteur op willen zoeken, horen we van de campingeigenaar dat alles gesloten is in verband met Allerheiligen, een gedenkdag die in Nederland in de vergetelheid is geraakt, maar waar in Latijns Amerika nog volop bij stil wordt gestaan. Hij belt met de garagehouder en hoort dat deze een dag later wel geopend zal zijn. Nóg een dag campinghangen wordt ons bijna teveel dus we zijn blij als we op 2 november op tijd richting de garage kunnen. “Wacht even”, zegt de campingeigenaar, “ik zal voor de zekerheid nog eens bellen”. Nee, de garage is nog steeds dicht maar gaat waarschijnlijk om een uur of drie vanmiddag wel open. Pfff… als we daar nog op moeten wachten… We rijden toch maar rustig aan verder naar de kust en zetten tegen het einde van de middag ons kamp op op een afgelegen stukje strand. Van daaruit is het de volgende dag niet ver meer naar Iquique waar het Grote Wachten op de autopapieren zal voortgaan…

3 november

De kustroute die we vanochtend rijden naar de noordelijke stad Iquique bestaat nog niet heel lang en is erg de moeite waard. Muziekje erbij, raampje open, lekker hoor, zo toeren langs al die rotsbaaien! Als snel arriveren we op onze bestemming: Altazor, een vliegpark voor paragliders. Er zit ook een camping en hostel bij (gesitueerd in twee lagen op elkaar gestapelde zeecontainers) die ons aanbevolen zijn door Alex, de surfdude die we in Pan de Azucar tegenkwamen. Het blijkt erg druk in verband met een wedstrijd, zodat ons plan om weer eens een nachtje in een echt bed te slapen niet doorgaat, althans niet voor de eerste nacht. De camping is trouwens ook prima, met uitstekende faciliteiten (gezamenijke keuken, koelkasten, overal wifi, wasmachine etc.). Als we informeren hoe duur het is om een tandemvlucht te maken valt de prijs ons alleszins mee, namelijk 70 dollar. Aangezien we hier voorlopig nog wel even vastzitten (we hopen maandag meer te horen over de autopapieren) reserveren we een plaatsje voor dinsdagochtend. Echt een buitenkans, iets waar we nog nooit eerder over nagedacht hebben!

Het is erg leuk om omringd te zijn door paragliders uit heel de wereld en met name uit Europa. Het is van alles wat: jong en oud, vriendengroepen en soloreizigers en ook aardig wat mensen die het ‘erbij’ doen. Zo staat naast ons op de camping een Duits stel dat op onderdelen uit Europa wacht, voor hun Volkswagenbus. Beginnende paragliders die hun eigen ‘wing’ bij zich hebben, maar ze hebben ook twee golfsurfplanken, twee windsurfplanken en – zeilen, twee kano’s en twee fietsen bij zich. Hoezo sportief!? Van hen krijgen we wat tips over (surfen in) Brazilië, een land dat niet veel mensen met de auto lijken te bezoeken. Ook ontmoeten we (weer) twee Zwitserse fietsers die al een paar jaar over de wereld zwerven en erg veel op hoogte hebben gefietst. Hun stijl is anders dan van de fietsers die we in Llanos de Challe ontmoetten. Net als wij eten zij wél zoveel als ze kunnen, om hun lichamen te voorzien van de noodzakelijke brandstof en drinken ze liters op een dag.

5 november

Heel de (maan)dag wachten we in spanning op nieuws uit Santiago, maar als ’s avonds het verlossende antwoord van Ferry komt zijn we jammergenoeg nog niet veel wijzer. Zijn telefoontje namens ons met de gemeente heeft hem niet veel opgeleverd en hij belooft ons er de volgende ochtend persoonlijk langs te zullen gaan voor inlichtingen.

6 november

Vandaag is D-day: we gaan paragliden én we weten hopelijk of we ooit nog het land uit komen met de auto! Om tien uur vertrekken we op de vliegschool en worden gedropt op de take off plaats, op een berg die uitkijkt over de stad, ongeveer een halve kilomter boven zeeniveau. Onderweg krijgen we instructies van Jussi, de Finse piloot van Charlotte. Dick zal zijn piloot terplekke ontmoeten. Op de take off is het al een drukte van jewelste. In Iquique zijn de weersomstandigheden eigenlijk het hele jaar door goed voor paragliden, maar vooral in de ochtend en zeker in de maand november is het weer er perfect voor. We worden in een pak gehesen, krijgen een helm op en met het harnas aan krijgen we de laatste instructies over de start. Het stelt eigenlijk helemaal niet zoveel voor, want voor je het weet pikt de wind je op, krijg je het signaal dat je in je stoeltje mag gaan zitten en vlieg je super ontspannen (echt waar) en zo vrij als een vogel door de lucht! Het is een heerlijk gevoel en geen seconde eng, maar eerder vredig. De piloten gebruiken meetapparatuur en hun ervaring om van de ene thermische wind naar de volgende te gaan. Zonder deze warme lucht zak je vrij snel, maar de thermiek is in staat om je met een paar soepele bochten weer honderden meters de lucht in te trekken. Een goede aanwijzing voor de aanwezigheid van thermische winden zijn de vogels die je in de lucht ziet cirkelen, zonder hun vleugels te bewegen. Zij maken gebruik van dezelfde warme lucht als parapenters.

GE-WEL-DIG!

Na een half uurtje boven Iquique en de zandduinen gevlogen te hebben gaan we richting strand. Dick staat al aan de grond als Charlotte en haar piloot nog wat manoeuvres doen boven de branding van de zee. Voor Charlotte het hoogtepunt van de vlucht; scherpe bocht naar links, naar rechts, links, rechts en daarna in een spiraal omlaag. Kicken!!

 

Nog een keer!!!

Terug op het vliegpark lezen we in onze mail goed nieuws uit Santiago: de eigendomspapieren zijn op 25 oktober bij de gemeente de deur uitgegaan, dus één dezer dagen moeten ze binnenkomen bij het hotel van Ferry, 4 straten verderop. Dat wordt weleens tijd ja, het is alweer twaalf dagen later! We zijn super blij omdat we vreesden dat er een probleem zou zijn met de stukken. Als we een uurtje later wéér bericht krijgen van Ferry met de boodschap dat de papieren nu zelfs ‘al’ zijn aangekomen in het hotel kan onze dag niet meer stuk! Ferry zal ze vandaag nog met Chile Express verzenden, dus over een paar dagen kunnen we de grens over, op naar Bolivia!!

Mijn locatie .